Personen- en familierecht

vervangende toestemming vakantie; proceskostenveroordeling

Rechtbank Den Haag, 29 juli 2026

Zaakgegevens

Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
29 juli 2026
Datum publicatie
29 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/709720 / KG ZA 26/842
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:24637
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vervangende toestemming vakantie; proceskostenveroordeling

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team familie - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/709720 / KG ZA 26/842

Vonnis in kort geding van 29 juli 2027

in de zaak van

[de moeder] te [woonplaats] ,

de moeder,

advocaat mr. J.H. Infante te Alphen aan den Rijn,

tegen:

[de vader] te [woonplaats] ,

de vader,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

De moeder heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 28 juli 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.

1.2

De vader is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2 De beoordeling van het geschil

2.1

De moeder en de vader zijn de ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , beiden 11 jaar. Op 7 juni 2024 hebben partijen een ouderschapsplan ondertekend waarin onder meer is afgesproken dat de kinderen de eerste twee weken van de zomervakantie bij hun vader zijn, daarna drie weken bij hun moeder en dat in de laatste week de reguliere zorgregeling geldt. De moeder wil in de periode dat de kinderen bij haar zijn, met hen naar Frankrijk voor een vakantie. De moeder heeft de vader, onder meer via haar advocaat, om toestemming gevraagd, maar de vader heeft steeds niet gereageerd.

2.2

De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen.

2.3

De vader zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

2.4

De moeder heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. Eisers met een toevoeging betalen een lager griffierecht. Verder worden in dat geval de kosten van de deurwaarder voor het uitbrengen van het exploot en/of advertentiekosten van rijkswege vergoed. Die kosten zijn dus niet voor rekening van de eisende partij. Deze partij heeft aan de deurwaarder slechts de in het exploot opgenomen kosten voor verschotten hoeven voldoen (artikel 40 lid 1 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000). Gelet op het voorgaande wordt de vader slechts veroordeeld tot betaling van het lagere griffierecht, de verschotten en ten slotte tot vergoeding van het – hierna in het dictum vast te stellen – salaris van de advocaat. Deze vergoeding voor het salaris moet door de advocaat worden verrekend met de op grond van de Wet op de rechtsbijstand aan de advocaat toegekende vergoeding.

2.5

Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2026: € 189,--). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2026: € 98,--) en de eventuele verschotten van de deurwaarder toegekend.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1

verleent de moeder toestemming – die de toestemming van de vader vervangt – voor het afreizen naar en verblijven bij Camping [camping 1] (Frankrijk) en Camping [camping 2] (Frankrijk), in de periode van 3 augustus 2026 tot en met 16 augustus 2026, met de minderjarigen:

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , en

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ;

3.2

veroordeelt de vader in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de moeder begroot op € 853,89 waarvan € 760,-- aan salaris advocaat, € 93,-- aan griffierecht en € 0,89 aan verschotten, te vermeerderen met nakosten zoals vermeld in 2.5;

3.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Brakel en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.