Strafrecht overig

EOB beklag ex art 552a jo 5.4.10 Sv niet ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 28 maart 2024

Zaakgegevens

Op 28 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
28 maart 2024
Datum publicatie
27 januari 2025
Zaaknummer
EOB-1-2023046 l 69
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:22835
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EOB beklag ex art 552a jo 5.4.10 Sv niet ontvankelijk

Uitspraak

beslissing

[afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Strafrecht

Diasnummer: EOB-1-2023046 l 69 Raadkamernummer: 24-006223

Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het beklag ex artikel 552a juncto artikel 5.4.10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van zijn raadslieden mr. P.J. Draijer en mr. L.E.F. Pietersen,

De Lairessestraat 153 l 075 HK Amsterdam

hierna: klager.

1 Inleiding

Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB) van de Duitse autoriteiten, is in het kader van een strafrechtelijk onderzoek op l l januari 2024 beslag gelegd op een iPhone 15 Pro.

Klager heeft op 8 maart 2024 bij deze rechtbank een beklag ex artikel 552a Sv ingediend, strekkende tot teruggave van voormelde goederen.

2 De procedure in raadkamer

De rechtbank heeft dit beklag op 14 maart 2024 in raadkamer behandeld en heeft kennis genomen van het dossier met bovengenoemd diasnummer.

Klager is niet verschenen. Aanwezig waren zijn raadslieden, mrs. P.J. Draijer en L.E.F. Pietersen,

De officier van justitie, mr. S. van Brakel, is gehoord.

3 Het standpunt van klager

De raadslieden van klager hebben zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ontvankelijk en gegrond moet worden verklaard. Klager heeft geen kennisgeving van inbeslagname ontvangen en had daarom geen kennis van zijn beklagrecht. Uit de stukken die de raadslieden ontvingen op 28 februari 2024 bleek dat de telefoon van klager in beslag was genomen.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. De officier van justitie voert aan dat de telefoon niet is uitgelezen en op 12 januari 2024 is geretourneerd aan klager.

5 Het oordeel van de rechtbank

5.1

De bevoegdheid van de rechtbank

De bevoegdheid van de rechtbank tot kennisneming van het beklag voorwerpen vloeit voort uit artikel 5.4.10, derde lid,juncto artikel 552a, vierde lid, Sv. Nu het gaat om beslag ter uitvoering van een EOB, is het arrondissement van inbeslagneming leidend voor de bevoegdheid van de rechtbank.

5.2

De ontvankelijkheid van klager

Ingevolge artikel 5.4.10 Sv moet een beklag tegen inbeslagname naar aanleiding van een EOB binnen veertien dagen na kennisgeving van het rechtsmiddel worden ingediend bij de rechtbank.

Indien zich de omstandigheid voortdoet dat het Openbaar Ministerie geen kennisgeving aan een belanghebbende heeft gedaan, maar die persoon langs andere weg op de hoogte is geraakt van de uitvoering van een inbeslagname naar aanleiding van een EOB, dient een klaagschrift te worden ingediend binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de belanghebbende met de uitvoering van het EOB bekend is geworden (vgl. HR 6 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:177).

Na de beslaglegging op 11 januari 2024 in het bijzijn van klager, is de iPhone op 12 januari 2024 na overleg met klager geretourneerd aan [naam] . Op 19 januari 2024 is de beslaglijst verstrekt door een ontvangstbewijs middels PostNL op het adres van klager.

Hieruit volgt dat zich meerdere omstandigheden hebben voorgedaan waaruit voortvloeit dat klager langs andere weg dan via een kennisgeving door het Openbaar Ministerie op de hoogte is geraakt van de uitvoering van de inbeslagname naar aanleiding van het EOB.

Klager heeft vervolgens pas op 8 maart 2024 en mitsdien ruim buiten de termijn van veertien dagen zijn klaagschrift ingediend bij de rechtbank, zodat hij niet kan worden ontvangen in zijn beklag.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.

Aldus gedaan te Den Haag door mr. E.A.G.M. van Rens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Lammerts van Bueren, en B.M. Boxma, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 maart 2024.

Deze beslissing is ondertekend door de rechter en de griffiers.