Strafrecht overig

geslotenverklaring voor alle voertuigen negeren, ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 15 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 15 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
15 augustus 2025
Datum publicatie
2 september 2025
Zaaknummer
11618118 MB VERZ 25-2564
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:16296
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

geslotenverklaring voor alle voertuigen negeren, ongegrond.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CJIB-nummer: 265998559

Registratienummer team straf: 11618118 MB VERZ 25-2564

Uitspraakdatum : 15 augustus 2025

Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]

[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.

Gemachtigde: M.J.M. Bergers (Boete.nu)

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 15 augustus 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Betrokkene is niet verschenen.

Overwegingen

Verkeersboete

Het gaat om een bedrag van € 129,00 (inclusief administratiekosten) wegens een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen negeren op 2 mei 2024.

Beroepsgronden en standpunten

De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Betrokkene stelt dat er sprake is van een fuik. Betrokkene vind dat hij niet de mogelijkheid had om te keren omdat hij last had van hartklachten. Tot slot wordt om een proceskostenvergoeding verzocht.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren.


Oordeel

Het beroep is ongegrond.


Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging is verricht. De kantonrechter twijfelt niet aan de verklaring van de verbalisant.

De kantonrechter stelt voorop dat van weggebruikers mag worden verwacht dat zij oplettend zijn ten aanzien van verkeersborden. In dat kader is het aan de weggebruiker om zijn rijgedrag, waaronder de snelheid, zodanig aan te passen dat verkeersborden niet alleen tijdig worden waargenomen, maar ook daadwerkelijk kunnen worden gelezen en begrepen.

Dat in de onderhavige zaak sprake was van een fuik waaruit ontsnappen onmogelijk was, is niet gebleken. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat het onmogelijk was om de geslotenverklaring te ontwijken. De verkeerssituatie ter plaatse bood daarvoor, bezien in samenhang met de aanwezige bebording, voldoende gelegenheid. De boete is dus terecht opgelegd.

Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een medische situatie, noch dit met bewijsstukken ondersteund.

De kantonrechter ziet ook geen bijzondere omstandigheden die tot matiging van de boete dienen te leiden.

Proceskosten

Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Verbeek, kantonrechter, bijgestaan door M. Sardjoe, griffier en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.