Strafrecht overig
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond omdat het beroep is ingesteld nadat de beschikking al was…
Rechtbank Den Haag, 14 april 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:6753 · Rechtbank Den Haag · 14 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-6753
Zaakgegevens
Op 14 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 april 2025
- Datum publicatie
- 23 april 2025
- Zaaknummer
- 11429797 MB VERZ 24-7834
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6753
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond omdat het beroep is ingesteld nadat de beschikking al was ingetrokken.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: 265841178
Registratienummer team straf: 11429797 MB VERZ 24-7834
Uitspraakdatum : 14 april 2025
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[de betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres], nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. M. Lagas (Appjection B.V.).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens gemachtigde is mr. I. Menalo ter zitting verschenen.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 0,00 (inclusief administratiekosten) voor feitcode VB022.
Beroepsgronden en standpunten
De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. De gemachtigde voert aan dat de officier van justitie ten onrechte de proceskostenvergoeding niet heeft toegekend. De officier van justitie heeft namelijk beslissing genomen dat betrokkene niet ontvankelijk is in zijn beroep omdat de opsporingsinstantie de beschikking ingetrokken. Subsidiair stelt de gemachtigde dat uit de beslissing niet blijkt wanneer de opsporingsinstantie de beschikking heeft ingetrokken. Ter zitting heeft de gemachtigde de beroepsgronden gehandhaafd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is aangevoerd dat het CJIB op 7 mei 2024 de beschikking heeft ingetrokken en betrokkene op 8 mei 2024 daarvan in kennis is gesteld.
Oordeel
Het beroep is ongegrond.
Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende. Ter zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om binnen één week een schriftelijk stuk van het CJIB over te leggen waaruit blijkt dat de initiële beschikking is ingetrokken. De griffier heeft op 3 april 2025 deze brief ontvangen. Daarmee acht de kantonrechter voldoende aangetoond dat de gemachtigde het beroep heeft ingesteld nadat de beschikking reeds was ingetrokken en de boete was vernietigd. De officier van justitie heeft het beroep daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Proceskosten
Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst af de verzochte proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Rootring, kantonrechter, bijgestaan door R. Tugo, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter