Strafrecht overig

Beroep tegen verkeersboete gegrond. Taxiontheffing omvat mede het vervoeren van passagiers binnen het…

Rechtbank Den Haag, 22 mei 2026

Zaakgegevens

Op 22 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
22 mei 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
12144048 MB VERZ 26-1536
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22369
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete gegrond. Taxiontheffing omvat mede het vervoeren van passagiers binnen het voetgangersgebied.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CJIB-nummer: [CJIB Nummer]

Registratienummer team straf: 12144048 MB VERZ 26-1536

Uitspraakdatum : 22 mei 2026

Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [plaats]

[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ter zitting verschenen.

Overwegingen

Verkeersboete

Het gaat om een bedrag van € 199,00 (inclusief administratiekosten) wegens handelen in strijd met een aan een ontheffing, vergunning of vrijstelling verbonden voorschrift, niet met betrekking tot de begeleiding of vakbekwaamheid, op 22 augustus 2025.

Beroepsgronden en standpunten

De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Betrokkene is in het bezit van een ontheffing op basis waarvan het is toegestaan om een klant af te zetten in het desbetreffende voetgangersgebied. In het zaakoverzicht is ten onrechte opgenomen dat de verbalisant betrokkene een stopteken gaf. Betrokkene is namelijk gestopt op verzoek van zijn klant omdat de klant wilde uitstappen. Vervolgens liet de verbalisant de klant niet uitstappen. Betrokkene heeft in het beroepschrift tevens enkele punten opgenomen over de bejegening van de verbalisant.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechter.


Oordeel

Het beroep is gegrond.


Uit de door betrokkene overgelegde ontheffing blijkt dat het is toegestaan om passagiers in alle voetgangersgebieden in de binnenstad van Den Haag via de kortst mogelijke route op te halen, te vervoeren en direct te laten in- en uitstappen en na het uitstappen het voetgangersgebied direct te verlaten. De kantonrechter stelt op basis van zowel het zaakoverzicht als de verklaring van de betrokkene vast dat betrokkene tijdens de verweten gedraging een klant in zijn auto vervoerde.

Nu niet is gehandeld in strijd met een aan de ontheffing verbonden voorschrift, kan de gedraging niet worden vastgesteld. De boete is dus ten onrechte opgelegd zodat het beroep gegrond wordt verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond en vernietigt deze;

  • bepaalt dat het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft gesteld door de officier van justitie wordt terugbetaald.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Tsjapanova, kantonrechter, bijgestaan door F. Hoppenbrouwer, griffier en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.