Strafrecht overig

Matiging van verkeersboete. Misverstand bij vordering afgifte rijbewijs.

Rechtbank Den Haag, 22 mei 2026

Zaakgegevens

Op 22 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
22 mei 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
12144058 MB VERZ 26-1537
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22374
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Matiging van verkeersboete. Misverstand bij vordering afgifte rijbewijs.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CJIB-nummer: [CJIB-nummer]

Registratienummer team straf: 12144058 MB VERZ 26-1537

Uitspraakdatum : 22 mei 2026

Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [plaats]

[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ter zitting verschenen.

Overwegingen

Verkeersboete

Het gaat om een bedrag van € 119,00 (inclusief administratiekosten) wegens niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven op 22 augustus 2025.

Beroepsgronden en standpunten

De beroepsgrond houdt in de kern het volgende in. Betrokkene werd staande gehouden vanwege het handelen in strijd met zijn ontheffing. Hij probeerde daarop de agent duidelijk te maken dat dit niet juist was en zijn ontheffing te tonen. De agent liet dat niet toe en vroeg tussen de discussie over de ontheffing door om een rijbewijs. Betrokkene heeft zijn rijbewijs wel getoond aan de verbalisant. Verder heeft betrokkene in het beroepschrift enkele punten opgenomen over de bejegening van de verbalisant.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren.


Oordeel

Het beroep is deels gegrond.


Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

Bejegening

Met betrekking tot de bejegening door de verbalisant, merkt de kantonrechter allereerst op dat klachten over de bejegening door de verbalisant buiten de reikwijdte van deze procedure vallen. Ter beoordeling ligt de vraag voor of de gedraging is verricht en of sprake is van zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd zou moeten worden. De kantonrechter zal dan ook niet oordelen over de bejegening van betrokkene door de verbalisant.

Is de gedraging verricht?

Ten aanzien van de verweten gedraging, is de kantonrechter van oordeel dat deze vaststaat. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat betrokkene zijn rijbewijs niet toonde nadat de verbalisant hiertoe een vordering had gedaan. Pas na de mededeling dat betrokkene een boete zou krijgen hiervoor, toonde betrokkene zijn rijbewijs. Deze verklaring biedt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende grond om de gedraging vast te stellen. Dat de betrokkene later alsnog zijn rijbewijs heeft getoond, doet daar niet aan af.

Zijn er bijzondere omstandigheden?

De kantonrechter ziet echter wel aanleiding om de boete te matigen tot € 64,00, inclusief administratiekosten. De vordering was gedaan ten tijde van staandehouding in verband met een andere gedraging, te weten het handelen in strijd met een ontheffingsvoorschrift. Van een dergelijke gedraging was geen sprake zoals blijkt uit de beschikking van de kantonrechter van heden waarin die sanctie is vernietigd. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij in de eerste plaats zijn ontheffing aan de verbalisant wilde tonen en het misverstand over de ontheffing probeerde op te lossen, waarbij de verbalisant tussendoor zijn rijbewijs vorderde. Daar komt bij dat er ook een klant in de auto zat die op dat moment uit wilde stappen maar dit niet mocht van de verbalisant, zoals blijkt uit de overgelegde verklaring van deze klant. Deze gang van zaken wordt in voldoende mate ondersteund door de verklaring van de verbalisant zelf.

Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt onder de gegeven omstandigheden dat sprake is geweest van miscommunicatie, waardoor de eerste vordering tot afgifte van het rijbewijs niet direct als zodanig was begrepen door de betrokkene. Hoewel de sanctie op zichzelf terecht is opgelegd aangezien het rijbewijs niet op eerste vordering ter inzage werd afgegeven, ziet de kantonrechter in het voorgaande aanleiding om de boete te matigen tot de helft van het bedrag (exclusief administratiekosten).

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep deels gegrond;

  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 64,00, inclusief administratiekosten;

  • bepaalt dat het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft gesteld door de officier van justitie wordt terugbetaald;

  • verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Tsjapanova, kantonrechter, bijgestaan door F. Hoppenbrouwer, griffier en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.