Strafrecht overig

De rechtbank zal de dagvaarding derhalve nietig verklaren, aangezien niet is kunnen blijken dat deze op de…

Rechtbank Den Haag, 18 juli 2013

Zaakgegevens

Op 18 juli 2013 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
18 juli 2013
Datum publicatie
18 juli 2013
Zaaknummer
09-777211-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2013:8767
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank zal de dagvaarding derhalve nietig verklaren, aangezien niet is kunnen blijken dat deze op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend en zich ook overigens geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting de verdachte tevoren bekend was

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/777211-13

Datum uitspraak 4 juli 2013

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 4 juli 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen door de officier van justitie mr. A.J. Algera en door de raadsman van de verdachte mr. A.B. Baumgarten, advocaat te Den Haag, naar voren is gebracht.

2 De geldigheid van de dagvaarding

Ter terechtzitting is gebleken dat het adres vermeld in de gemeentelijke basisadministratie, zoals bovengenoemd, niet het adres is alwaar verdachte thans verblijft. Zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de raadsman hebben aangegeven dat de verdachte woonachtig is op het adres: [adres].

De rechtbank zal de dagvaarding derhalve nietig verklaren, aangezien niet is kunnen blijken dat deze op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend en zich ook overigens geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.

3 De beslissing

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. de Haan, kinderrechter, voorzitter,

mr. M. van Loenhoud, kinderrechter,

en mr. P.J. Schreuder, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van N. Knopper, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juli 2013.