Strafrecht overig

Wet Mulder: de vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep…

Zaakgegevens

Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 januari 2026
Datum publicatie
27 februari 2026
Zaaknummer
11713073 MB VERZ 25-20834
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3965
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wet Mulder: de vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep gegrond te verklaren. Door betrokkene is een overzicht overgelegd met allemaal afschrijvingen en slechts één bijschrijving. In maart heeft zich kennelijk een probleem voorgedaan. Het bedrag van de premie is relatief klein en daarom is het logisch dat dit betrokkene niet is opgevallen. Uit onderzoek blijkt voorts dat na een korte onderbreking de polis (met hetzelfde polisnummer) weer doorliep. Het verweer van betrokkene is dan ook aannemelijk. Beroep wordt gegrond verklaard.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

CJIB-nummer: 267632988

Registratienummer team straf: 11713073 MB VERZ 25-20834

Uitspraakdatum : 21 januari 2026

Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [adres]

, nader ook te noemen: betrokkene.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 21 januari 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ter zitting verschenen.

De kantonrechter deelt betrokkene mee niet tot antwoorden verplicht te zijn.

Overwegingen

Verkeersboete

Het gaat om een bedrag van € 499,00 (inclusief administratiekosten) wegens voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden op 31 mei 2024.

Beroepsgronden en standpunten

De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Het voertuig was wel verzekerd via Univé maar er is één maand niet geïncasseerd via automatische incasso. Betrokkene is van mening dat hij er zelf niets aan kan doen dat Univé niet heeft gezorgd voor het in stand houden van de verzekering (terwijl hij daar niet van op de hoogte is gebracht). Voorts maakt betrokkene geen gebruik van het voertuig, deze komt dus niet op de openbare weg.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep gegrond te verklaren. De vertegenwoordiger heeft daarover in het bijzonder aangevoerd dat

in het overzicht dat door betrokkene ter zitting overgelegd is allemaal afschrijvingen staan en slechts één bijschrijving. In maart heeft zich kennelijk een probleem voorgedaan. Het bedrag van de premie is relatief klein en daarom is het logisch dat dit betrokkene niet is opgevallen. Uit onderzoek blijkt voorts dat na een korte onderbreking de polis (met hetzelfde polisnummer) weer doorliep. Het verweer van betrokkene is dan ook aannemelijk, aldus de vertegenwoordiger.


Oordeel

Het beroep is gegrond.


Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter zal, alles afwegend, de vertegenwoordiger van de officier van justitie hierin volgen en het beroep gegrond verklaren. De bestreden beslissing dient dan ook te worden vernietigd.

Beslissing:

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie;

  • vernietigt de initiële beschikking;

  • draagt de officier van justitie op het gehele aan zekerheid gestelde bedrag terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.W. Zijlstra, kantonrechter, bijgestaan door

D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.