Strafrecht overig
Wahv. Einduitspraak na ongegronde wraking. Formele beroepsgrond over schending van de hoorplicht slaagt. Dit…
Rechtbank Den Haag, 29 mei 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:8394 · Rechtbank Den Haag · 29 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/proceskostenveroordeling/ecli-nl-rbdha-2024-8394
Zaakgegevens
Op 29 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 29 mei 2024
- Datum publicatie
- 31 mei 2024
- Zaaknummer
- 10609335 MB VERZ 23-20580
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8394
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Einduitspraak na ongegronde wraking. Formele beroepsgrond over schending van de hoorplicht slaagt. Dit leidt echter uitsluitend tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Voor vermindering met 25% van de verkeersboete is geen reden. Toepassing van ECLI:NL:RBDHA:2023:14202. Formele beroepsgrond over overschrijding redelijke termijn slaagt niet. Dat er na de vruchteloze wraking een tweede zitting moest komen, komt voor rekening en risico van betrokkene. Beroep tegen de verkeersboete ongegrond. Geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
CJIB-nummer: [nummer]
Registratienummer team straf: 10609335 MB VERZ 23-20580
Uitspraakdatum : 29 mei 2024
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene
Gemachtigde: mr. B. de Jong (Skandara)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zitting was op 20 december 2023 in Gouda. De gemachtigde en de vertegenwoordiger van de officier van justitie (vertegenwoordiger) waren er. Bij die gelegenheid heeft de gemachtigde de kantonrechter gewraakt. Het onderzoek is vervolgens geschorst. Het proces-verbaal van die zitting wordt hier herhaald en ingelast.
Bij beslissing van 26 februari 2024 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.
De tweede zitting was op 23 mei 2024 in Den Haag. De gemachtigde was er niet, maar wel correct opgeroepen. De vertegenwoordiger was er wel. De zaak is voortgezet in de stand van het geding.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 49,- (inclusief administratiekosten) voor feitcode VG006.
Gronden en standpunten
De gemachtigde heeft twee beroepsgronden aangevoerd:
- De hoorplicht is geschonden;
- De redelijke termijn is overschreden.
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger aangegeven dat beide beroepsgronden slagen. Dit moet leiden tot een matiging van 25% (hoorplicht) en vervolgens tot een nadere matiging van 25% (redelijke termijn). Ook is er reden voor een proceskostenveroordeling.
Oordeel
De beroepsgrond over de schending van de hoorplicht slaagt. De kantonrechter is echter van oordeel dat dit niet langer leidt tot matiging van de verkeersboete, maar uitsluitend tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter verwijst hiervoor naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14202.
De beroepsgrond over schending van de redelijke termijn slaagt niet. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de verkeersboete in eerste instantie onherstelbaar retour is gekomen. Vervolgens is een tweede poging gewaagd op 5 april 2022. De kantonrechter hanteert deze datum als het begin van de redelijke termijn. De eerste zitting was op 20 december 2023. De gemachtigde heeft de kantonrechter toen vruchteloos gewraakt. Dat vervolgens een tweede zitting moest worden ingepland, komt voor rekening en risico van betrokkene. Op laatstgenoemde datum was de redelijke termijn nog niet overschreden.
Het kantonberoep is gegrond. De beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd. Het administratief beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart het kantonberoep gegrond;
- vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
- verklaart het administratief beroep ongegrond.
Dit is de uitspraak van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door
S.S.J. Hausil, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.