Civiel recht overig
Wraking ongegrond. Het betreft een procesbeslissing.
Rechtbank Gelderland, 10 mei 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:2214 · Rechtbank Gelderland · 10 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2021-2214
Zaakgegevens
Op 10 mei 2021 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 10 mei 2021
- Datum publicatie
- 4 mei 2021
- Zaaknummer
- C/05/384402 / KG RK 21-154
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:2214
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking ongegrond. Het betreft een procesbeslissing.
Uitspraak
proces-verbaal
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/384402 / KG RK 21-154
proces-verbaal van de mondelinge beslissing van 19 april 2021
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. I.C.J.I.M. van Dorp,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het schriftelijke wrakingsverzoek van 17 februari 2021;
-
de schriftelijke reactie van de rechter van 24 februari 2021;
-
de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 19 april 2021, waarvan de pleitnota van verzoeker onderdeel uitmaakt.
Ter zitting heeft de wrakingskamer mondeling uitspraak gedaan, die in uitgewerkte vorm, met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, als volgt luidt.
2 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.
3 De beoordeling
De wrakingskamer geeft hiervoor de volgende motivering.
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke wrakingsverzoek en zoals toegelicht tijdens de mondelinge behandeling – kort samengevat – het volgende aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. De rechter heeft na de mondelinge behandeling van het kort geding geweigerd om kennis te nemen van de nadien ingediende stukken van verzoeker.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker de rechter heeft gewraakt naar aanleiding van de procesbeslissing van de rechter om stukken, die verzoeker na de mondelinge behandeling van het kort geding heeft ingediend, buiten beschouwing te laten. Een procesbeslissing kan echter in beginsel geen grond vormen voor wraking. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. Naar het oordeel van de wrakingskamer haalt hetgeen verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd en ter zitting nader heeft toegelicht deze hoge drempel niet.
Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.
|
Deze mondelinge beslissing is gegeven door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. R.M.H. Pennings en mr. E.J. Davids, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.J.H. Klomp en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2021 en vastgelegd op 23 april 2021. de griffier de voorzitter |
||
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.