Civiel recht overig

Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk want na einduitspraak ingediend.

Rechtbank Gelderland, 13 januari 2022

Zaakgegevens

Op 13 januari 2022 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
13 januari 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
C/05/398136 KG RK 21-938
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:525
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk want na einduitspraak ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/398136 KG RK 21-938

Beslissing van 13 januari 2022

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: verzoekster,

strekkende tot de wraking van

mr. S.J. Peerdeman,

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 1 december 2021.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 5552635\ CV EXPL 16-6614\502\32633 tussen [… 1] en [… 2].

2.2.

Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster is het niet eens met de beslissingen van de rechter in het vonnis van 28 juli 2017 in de zaak met nummer 5552635\ CV EXPL 16-6614\502\32633 die volgens verzoekster het gevolg zijn van vooringenomenheid, racisme en onvoldoende kennis van zaken van de rechter.

3 De beoordeling

3.1.

Het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

3.2.

De wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan om die reden achterwege blijven.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. D.S.M. Bak, A.F. Germs-de Goede en

H.C. Leemreize in tegenwoordigheid van de griffier mr. [… 3] en in openbaar uitgesproken op 13 januari 2022.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.