Civiel recht overig
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk want na einduitspraak ingediend.
Rechtbank Gelderland, 13 januari 2022
ECLI:NL:RBGEL:2022:526 · Rechtbank Gelderland · 13 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2022-526
Zaakgegevens
Op 13 januari 2022 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 13 januari 2022
- Datum publicatie
- 3 februari 2022
- Zaaknummer
- C/05/398140 KG RK 21-940
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2022:526
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk want na einduitspraak ingediend.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/398140 KG RK 21-940
Beslissing van 13 januari 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J.M. Hamaker,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 1 december 2021.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak
met nummer ARN 14/4427 WW 309 tussen verzoekster en de [… 1] .
Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster is het niet eens met de beslissingen van de rechter in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 6 mei 2015 in de zaak met nummer ARN 14/4427 WW 309 die volgens verzoekster het gevolg zijn van vooringenomenheid, racisme en onvoldoende kennis van zaken.
3 De beoordeling
Het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
De wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan om die reden achterwege blijven.
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. D.S.M. Bak, A.F. Germs-de Goede en
H.C. Leemreize, in tegenwoordigheid van de griffier mr. [… 2] en in openbaar uitgesproken op 13 januari 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.