Civiel recht overig
Wraking van onder andere alle rechter van deze rechtbank en geen vertrouwen in de rechtspraak.
Rechtbank Gelderland, 9 oktober 2023
ECLI:NL:RBGEL:2023:5940 · Rechtbank Gelderland · 9 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2023-5940
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2023 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Apeldoorn
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2023
- Datum publicatie
- 27 oktober 2023
- Zaaknummer
- C/05/425473 / KG RK 23-761
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:5940
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking van onder andere alle rechter van deze rechtbank en geen vertrouwen in de rechtspraak.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/425473 / KG RK 23-761
Beslissing van 9 oktober 2023
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster]
wonende [adres]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van onder andere alle rechters van deze rechtbank.
1 De procedure
Het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 14 september 2023 is op 18 september 2023 door de griffie van de rechtbank ontvangen.
De wrakingskamer heeft vervolgens bepaald dat dit wrakingsverzoek zonder zitting kan en dient te worden afgedaan, aangezien het verzoek kennelijk ongegrond is.
2 Het wrakingsverzoek
Verzoekster is op 4 september 2023 gedagvaard om op 20 september 2023 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn. Voorafgaand aan deze zitting heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend. Kort weergegeven heeft verzoekster het volgende aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd:
Bij deze wraak ik de rechter in functie, de griffier, de rechtbank en het constitutionele hof, zowel in Nederland als alle overzeese gebieden, waaronder Suriname, St-Augustinus, Nederlands Indië, Bonaire, St-Eustachius, Saba, Aruba, Curaçao en St-Maarten, Dit ter voorkoming van procedure fouten die door de rechtbank en al zijn medewerkers worden gemaakt.
3 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek zich niet specifiek richt tegen een behandelend rechter, maar zich richt tegen alle rechters in Nederland en overzees.
Voor een dergelijk verzoek biedt de wet geen grondslag. Wrakingsverzoeken kunnen alleen gericht zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen. Bovendien kan het verzoek alleen gebaseerd worden op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Aan het wrakingsverzoek zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten aanzien van de rechter ten grondslag gelegd, die betrekking hebben op de behandeling van de civiele zaak op de kantonrolzitting van 20 september 2023. Verzoekster heeft kennelijk geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van rechters in het algemeen. Dit levert geen grond voor wraking op. Dit leidt ertoe dat verzoekster niet in haar wrakingsverzoek kan worden ontvangen.
Voor een behandeling ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het wrakingsverzoek, maar aan dat debat wordt gezien het voorgaande niet toegekomen.
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. H.C. Leemreize en mr. M.A. van Leeuwen, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken op 9 oktober 2023. de griffier de voorzitter |
||
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.