Civiel recht overig
Wraking afgewezen. Geen nieuwe beslissing van de rechter na eerder wrakingsverzoek. Anti-misbruik bepaling…
Rechtbank Gelderland, 21 maart 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:1599 · Rechtbank Gelderland · 21 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2024-1599
Zaakgegevens
Op 21 maart 2024 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 21 maart 2024
- Datum publicatie
- 22 maart 2024
- Zaaknummer
- C/05/432217 KG RK 24-174
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:1599
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking afgewezen. Geen nieuwe beslissing van de rechter na eerder wrakingsverzoek. Anti-misbruik bepaling opgenomen.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK GELDERLAND
locatie Arnhem
wrakingskamer
zaaknummer / rolnummer: C/05/432217/ KG RK 24/174
Beslissing van 21 maart 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
1 [verzoeker 1] ,
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekers,
gemachtigden: [gemachtigde] , Stichting Juridisch Centrum,
strekkende tot de wraking van
mr. M.J.P. Heijmans,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het schriftelijke wrakingsverzoek van 15 februari 2024
-
de schriftelijke reactie van de rechter van 4 maart 2024
-
de toelichting op het wrakingsverzoek van 13 maart 2024.
Zowel verzoekers als de rechter hebben vooraf aangekondigd niet te zullen verschijnen bij de mondelinge behandeling.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de behandelend rechter in de kantonzaak met nummer 10420852 CV EXPL 23-970.
Verzoekers hebben aan hun wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter in het rolbericht van 31 januari 2024 heeft bepaald dat op 16 februari 2024 in de zaak vonnis zal worden gewezen, terwijl verzoekers op 29 december 2023 een verzoek tot royement hebben ingediend. Daarmee is de procedure ingetrokken en is de rechter volgens verzoekers niet meer bevoegd om de zaak inhoudelijk te behandelen. Dit levert nieuwe omstandigheden op waardoor (wederom) de schijn van partijdigheid is ontstaan, aldus verzoekers.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.
3. De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
De wrakingskamer stelt voorop dat een als negatief ervaren procesbeslissing in het algemeen geen grond voor toewijzing van een verzoek tot wraking is. De vraag of een procesbeslissing inhoudelijk juist is, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer. Een procesbeslissing kan wel een grond voor wraking opleveren als die beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de vrees dat de rechter partijdig is dan wel jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is. Zoals de rechter schriftelijk heeft toegelicht, was de beslissing om de zaak voor vonnis op de rol te zetten al op
29 september 2023 genomen. Na de afwijzing van twee wrakingsverzoeken van verzoekers van 26 oktober 2023 en 11 december 2023, is de procedure hervat in het stadium waarin deze zich bevond. Er is dus geen sprake van een nieuwe beslissing, nu de beslissing om vonnis te gaan wijzen al was genomen en alleen de vonnisdatum moest worden aangepast. Het aangevoerde kan daarmee geen grond voor wraking opleveren.
Voor zover uit de aanvullende toelichting van verzoekers moet worden begrepen dat dit wrakingsverzoek ook ziet op andere (betrokken) rolrechters, heeft te gelden dat de aangevoerde wrakingsgrond specifiek ziet op de vonnisbepaling waar geen andere rolrechters bij zijn betrokken.
De slotsom is dat uit hetgeen door verzoekers naar voren is gebracht niet blijkt van vooringenomenheid van de rechter, zodat het verzoek tot wraking wordt afgewezen.
Verzoekers hebben nu reeds twee wrakingsverzoeken jegens de behandelend rechter en één wrakingsverzoek jegens de betrokken rolrechters gedaan. Die verzoeken zijn afgewezen en hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Om verder misbruik van het middel van wraking te voorkomen, ziet de wrakingskamer aanleiding om te bepalen dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking tot wraking in de procedure met nummer 10420852 CV EXPL 23-970 niet meer in behandeling zal worden genomen.
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
-
wijst het verzoek tot wraking af,
-
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter, mr. M.J.M. Verhoeven en mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.