Civiel recht overig
Verzoek om herziening wrakingsbeslissing. Geen belang. De bodemzaak is al beëindigd. Niet-ontvankelijk.
Rechtbank Gelderland, 19 september 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:7307 · Rechtbank Gelderland · 19 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2024-7307
Zaakgegevens
Op 19 september 2024 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 19 september 2024
- Datum publicatie
- 24 oktober 2024
- Zaaknummer
- C/05/440816 KG RK 24-678
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:7307
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om herziening wrakingsbeslissing. Geen belang. De bodemzaak is al beëindigd. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/440816 / KG RK 24-678
Beslissing van 19 september 2024
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te Waalwijk
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot herziening van de beslissing van de wrakingskamer van 23 december 2013 op het verzoek tot wraking van
mr. J.T.G. Roovers,
(destijds) rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 5 september 2024.
2 Het wrakingsverzoek
In de kantonzaak tussen verzoeker en [Belanghebbende] heeft verzoeker in 2013 verzocht om de rechter te wraken. Bij beslissing van de wrakingskamer van 23 december 2013 is dit verzoek afgewezen. In de kantonzaak is op 2 april 2014 eindvonnis gewezen.
De wrakingskamer begrijpt dat verzoeker om herziening van de wrakingsbeslissing van 23 december 2013 verzoekt. Met name voert verzoeker hiertoe aan dat de Hoge Raad in 2023 een uitspraak heeft gedaan waaruit blijkt dat het door de rechter in de kantonzaak ingenomen standpunt juridisch onjuist is.
3 De beoordeling
De wrakingskamer zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Het is niet nodig om het verzoek eerst op een mondelinge behandeling te behandelen. Hiertoe is het volgende redengevend.
Als het herzieningsverzoek van verzoeker zou worden toegewezen – er veronderstellenderwijs van uitgaande dat de wet in een dergelijke mogelijkheid voorziet – dan zou dit er hooguit toe kunnen leiden dat de rechter zou worden vervangen en een nieuwe rechter de kantonzaak zou moeten behandelen. Die kantonzaak is echter al met het eindvonnis van 2 april 2014 beëindigd. Herziening van de wrakingsbeslissing kan dus niet leiden tot vervanging van de behandelend rechter noch tot aanpassing van dat eindvonnis.
Gelet op het voorgaande heeft verzoeker geen belang bij een beoordeling van het door hem ingediende verzoek. Om die reden kan verzoeker hierin niet worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. Verzoeker zal dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. E. Schippers, voorzitter, mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en mr. M.M. Klaasen, leden in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2024. de griffier de voorzitter |
||
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.