Civiel recht overig

Wraking tardief gelet op mondeling vonnis tijdens zitting in bodemzaak, afwijzing wrakingsverzoek

Rechtbank Gelderland, 21 november 2024

Zaakgegevens

Op 21 november 2024 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
21 november 2024
Datum publicatie
28 november 2024
Zaaknummer
C/05/443628 KG RK 24-810
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2024:8405
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking tardief gelet op mondeling vonnis tijdens zitting in bodemzaak, afwijzing wrakingsverzoek

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/443628 KG RK 24-810

Beslissing van 21 november 2024

van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoekster,

strekkende tot de wraking van

mr. D.S.M. Bak,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het e-mailbericht van 8 november 2024 van verzoekster met daarin het wrakingsverzoek;

  • het e-mailbericht van 11 november 2024 van de rechter met daarin een reactie op het wrakingsverzoek.

2 Het verzoek

2.1.

Bij mondelinge uitspraak van 4 november 2024 is een beslissing genomen op het machtigingsverzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] (hierna: de beslissing). De behandelend rechter in deze zaak, met zaaknummer C/05/44/2492/ JE RK 24-1077, is mr. D.S.M. Bak. Verzoekster is aangemerkt als belanghebbende in deze kwestie en is in die hoedanigheid ook uitgenodigd voor de zitting. Zij is niet ter zitting verschenen.

2.2.

Het wrakingsverzoek is door de rechtbank ontvangen bij e-mailbericht van 8 november 2024. Verzoekster geeft -samengevat- aan dat zij niet op voornoemde zitting is verschenen, omdat wat haar betreft niet gegrond is dat deze zitting heeft plaatsgevonden in verband met de eerdere uitspraak in hoger beroep die volgens haar is afgegeven op 13 februari 2024.

3 De beoordeling

3.1.

De wet geeft geen mogelijkheid om een rechter te wraken nadat een rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. Nu de rechter op 4 november 2024 reeds mondeling heeft beslist op het verzoek tot uithuisplaatsing, kon verzoekster de rechter op 8 november 2024 niet meer wraken. Daarom kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

3.2.

Er is dan ook geen reden om het wrakingsverzoek te behandelen op een zitting. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt niet toegekomen. Vast staat immers het wrakingsverzoek niet zal worden toegewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

De beslissing is gegeven door mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter, mr. M.J.M. Verhoeven en mr. A.A. Roodenburg, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. […] en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.