Civiel recht overig

Verzoeker niet-ontvankelijk, want geen partij in de onderliggende procedure.

Rechtbank Gelderland, 17 april 2025

Zaakgegevens

Op 17 april 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
17 april 2025
Datum publicatie
24 april 2025
Zaaknummer
C\05\450053 KG RK 25-287
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:3173
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoeker niet-ontvankelijk, want geen partij in de onderliggende procedure.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/450053 KG RK 25-287

Beslissing van 17 april 2025

van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. C. van Apeldoorn,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 8 april 2025.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de behandelend rechter in de zaak met nummer 448453 - ZJ RK 25/188.

3 De beoordeling

3.1.

Artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

3.2.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan een wrakingsverzoek alleen worden ingediend door een partij. Uit de e-mail die op 26 maart 2025 door de griffier aan verzoeker is gestuurd, blijkt dat hij in de onderliggende procedure is aangemerkt als informant. Het is niet aan de wrakingskamer om de rechterlijke waardering van de positie van verzoeker in die procedure te toetsen. Omdat verzoeker in de onderliggende procedure (vooralsnog) als informant is aangemerkt, is hij geen partij in de zin van artikel 36 Rv en is hij dan ook niet bevoegd om een verzoek tot wraking in te dienen. Hij zal dan ook in zijn verzoek tot wraking niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.3.

Op grond van artikel 4, lid 2, onder b van het wrakingsprotocol van deze rechtbank kan een mondelinge behandeling van het verzoek daarom achterwege blijven.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, voorzitter, mr. O. Nijhuis en mr. S.H. Keijzer, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wrakingskamer rechtbank Gelderland (https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Gelderland/Regels-en-procedures/Paginas/samenstelling-wrakingskamer.aspx)