Civiel recht overig

Het wrakingsverzoek. Verzoeker is niet-ontvankelijk. Verplichte procesvertegenwoordiging, verzuim is niet hersteld.

Rechtbank Gelderland, 3 september 2025

Zaakgegevens

Op 3 september 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
3 september 2025
Datum publicatie
18 november 2025
Zaaknummer
C/05/453954 KG RK 25-551
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:9820
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het wrakingsverzoek. Verzoeker is niet-ontvankelijk. Verplichte procesvertegenwoordiging, verzuim is niet hersteld.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/05/453954 KG RK 25-551

Beslissing van 3 september 2025

van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. D. Vergunst

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het schriftelijke wrakingsverzoek van 4 juli 2025,

- de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van de rechter van 7 juli 2025,

- de e-mailberichten van de wrakingskamer aan verzoeker van 15 juli en 29 juli 2025.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

De wrakingskamer heeft op 4 juli 2025 het verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met zaaknummer C/05/452268 / KZ ZA 25-70 ontvangen.

2.2.

De wrakingskamer heeft verzoeker bij e-mailbericht van 15 en 29 juli 2025 in de gelegenheid gesteld het verzoek tot wraking in te laten dienen door een advocaat.

3 De beoordeling

3.1.

Voordat tot de inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan dien te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek ontvankelijk is.

3.2.

In artikel 1.2 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Gelderland staat dat een wrakingsverzoek op straffe van niet-ontvankelijkheid door een advocaat moet worden ingediend in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is. Dit volgt uit arresten van de Hoge Raad van 28 juni 1985 (NJ 1985, 836) en van 18 december 1998 (NJ 1999, 271).

3.3.

In de hoofdzaak waarin verzoeker wraakt, is procesvertegenwoordiging verplicht. Verzoeker heeft als gedaagde in een kort geding een eis in reconventie ingesteld. In een kort geding kan een gedaagde zonder de bijstand van een advocaat geen eis in reconventie instellen.

3.4.

Het voorgaande betekent dat het wrakingsverzoek door een advocaat had moeten worden ingediend. Het verzoek tot wraking is ingediend door verzoeker. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen en het wrakingsverzoek door een advocaat in te laten dienen. Verzoeker heeft dit verzuim tot op heden niet hersteld, zodat de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek zal verklaren.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.A.M. Janssen, voorzitter, mr. S. Boot en mr. F.M.C. Boesberg, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2025 .

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.