Strafrecht overig
beroep ingediend door beroepsmatig handelend adviesbureau, waarin, ondanks herinnering en waarschuwing door…
Rechtbank Gelderland, 4 oktober 2023
ECLI:NL:RBGEL:2023:5788 · Rechtbank Gelderland · 4 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2023-5788
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2023 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2023
- Datum publicatie
- 23 oktober 2023
- Zaaknummer
- 10214585 \ BR VERZ 22-1852 \ 814
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:5788
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep ingediend door beroepsmatig handelend adviesbureau, waarin, ondanks herinnering en waarschuwing door de griffier, geen beroepsgronden zijn ingediend en niemand ter zitting is verschenen, hetgeen leidt tot niet-ontvankelijk verklaring.
Uitspraak
proces-verbaal/uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 10214585 \ BR VERZ 22-1852 \ 814
cjib-nr / registratienr 240541926 / SU8906
zitting van 4 oktober 2023
proces-verbaal/beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
de besloten vennootschap [betrokkene]
gevestigd te [adres]
betrokkene
gemachtigde M.J.M. Berger, Boete.nu
tegen
de officier van justitie
De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter
mr. F.J.H. Hovens, bijgestaan door H. Jansen als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig, mr. D. Hoveijn, medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen.
De kantonrechter vat, met verwijzing naar de beslissing van de officier van justitie en het ingediende beroepschrift, kort samen wat tussen partijen in geschil is.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het als bestuurder van het voertuig met kenteken [kenteken] vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden, op 14 april 2021 om 19.32 uur, te Enspijk, Rijksweg A2 (A2).
De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
De gedraging staat vast. De afhandeling van een ongeval gaat voor een staandehouding vanwege de verweten gedraging. Ik verzoek het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet uitspraak.
Gronden voor de beslissing:
De kantonrechter overweegt als volgt.
Het beroep is tijdig ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.
In Wahv-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
7-9-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7825).
De verbalisant heeft zijn waarnemingen als volgt toegelicht: “Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand, ter hoogte van het stuur, vast hield” en “Ik zag dat hij de camera richting het ongeval hield”.
De kantonrechter heeft, ondanks dat ontkend wordt dat gedraging is verricht, geen reden te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant, ook al omdat de verbalisant specifiek dat betrokkene kennelijk een ongeval aan het filmen was. Naar het oordeel van de kantonrechter is de verweten gedraging verricht.
Artikel 5 van de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staande houding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd.
Uit de verklaring van de verbalisant, dat staande houding niet mogelijk was, vanwege een verkeersongeval waarheen hij onderweg was, is de kantonrechter voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staande houding van de bestuurder voordeed.
Overigens zijn er geen omstandigheden aangevoerd of gebleken die aanleiding geven tot matiging of kwijtschelding van de opgelegde sanctie.
Nu het beroep ongegrond zal worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Beslissing
De kantonrechter:
-verklaart het beroep ongegrond;
-wijst het verzoek om toekenning van proceskosten af.
Waarvan proces-verbaal,
|
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier, De kantonrechter, |
||
|
Rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien: a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld. Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: |
||