Strafrecht overig

Irakese man vrijgesproken van 8 hem tenlastegelegde berovingen nu het dossier geen andere bewijsmiddelen…

Rechtbank Groningen, 2 november 2006

Zaakgegevens

Op 2 november 2006 heeft de Rechtbank Groningen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
2 november 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
670346-06
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ2005
E-mail

Samenvatting

Irakese man vrijgesproken van 8 hem tenlastegelegde berovingen nu het dossier geen andere bewijsmiddelen bevatte dan steeds de aangifte en de herkenning van verdachte bij een enkelvoudige spiegelconfrontatie.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector strafrecht

parketnummer: 670346-06

datum uitspraak: 26 oktober 2006

op tegenspraak

raadsman: mr. L.S. Slinkman

VONNIS

van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 oktober 2006.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat

1.

hij op of omstreeks 16 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Charlottestraat, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk

geval in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

die [slachtoffer] om de hals heeft gegrepen en/of tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat

hij, die [slachtoffer], zijn telefoon aan hem, verdachte, moest geven, althans

woorden van gelijke aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 16 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Charlottestraat, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk

geval in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer], heeft

gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte die [slachtoffer] om de hals heeft gegrepen en/of

tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij, die [slachtoffer], zijn telefoon aan hem,

verdachte, moest geven, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 5 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Stationsstraat, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk

geval in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

die [slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd heeft gestompt en/of

geslagen;

3.

hij op of omstreeks 7 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Stationsstraat, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk

geval in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

die [slachtoffer] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, de telefoon van die [slachtoffer]

wilde en anders zou hij, verdachte, hem, die [slachtoffer], in elkaar slaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 7 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Stationsstraat, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk

geval in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer], heeft

gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte die [slachtoffer] heeft medegedeeld dat hij,

verdachte, de telefoon van die [slachtoffer] wilde en anders zou hij, verdachte, hem,

die [slachtoffer], in elkaar slaan;

4.

hij op of omstreeks 14 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Stationsstraat, althans op of nabij een openbare weg te Nieuweschans, in elk

geval in de gemeente Reiderland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon en/of een bril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Geef je waardevolle

spullen, anders maak ik je dood", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

EN/OF

hij op of omstreeks 14 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Stationsstraat, althans op of nabij een openbare weg te Nieuweschans, in elk

geval in de gemeente Reiderland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer]

heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of een bril, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die

[slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "Geef je waardevolle

spullen, anders maak ik je dood", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

5.

hij op of omstreeks 16 december 2005, in de gemeente Bellingwedde,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), een bijtende en/of

brandende en/of traanverwekkende stof in het gezicht heeft gespoten, waardoor

deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

6.

hij op of omstreeks 17 december 2005, op of nabij de openbare weg, de M.A. de

Ruyterlaan, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk geval

in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon, een portemonnee en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

achter op de fiets, waarop die [slachtoffer] toen reed, is gesprongen en/of

die [slachtoffer] heeft medegedeeld dat hij, die [slachtoffer], moest

doorfietsen en niet moest stoppen en/of aan die [slachtoffer] heeft

gevraagd of hij, die [slachtoffer], geld op zijn pasjes had staan, althans

woorden van gelijke aard en/of strekking;

7.

hij op of omstreeks 21 december 2005, op of nabij de openbare weg, de

Stationsweg, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk geval

in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer]

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

met kracht die telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer] heeft

getrokken en/of (hierbij) in de hand(en) van die [slachtoffer] heeft

geknepen;

8.

hij op of omstreeks 30 december 2005, op of nabij de openbare weg, de Johan

Modastraat, althans op of nabij een openbare weg te Winschoten, in elk geval

in de gemeente Winschoten,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

(schouder)tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

die (schouder)tas met kracht van de schouder van die [slachtoffer] heeft getrokken

en/of gerukt;

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair, 6, 7 en 8 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest, met vrijspraak van hetgeen onder 5 is ten laste gelegd.

Vrijspraak

Ter terechtzitting is onder meer door de raadsman aangevoerd dat er ten aanzien van de tenlastegelegde feiten geen overtuigend bewijs is om tot een veroordeling te komen. De spiegelconfrontatie tussen de aangevers en verdachte heeft pas een half jaar na dato plaatsgevonden waarbij de aangevers alleen maar zijn geconfronteerd met verdachte, die een duidelijk Arabisch uiterlijk heeft, terwijl de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van feit 8, alleen maar zijn gebaseerd op de verklaringen van die aangevers.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is om tot een veroordeling van verdachte te kunnen komen, nu de herkenning van verdachte als dader in alle gevallen (7 keer door het slachtoffer en 1 keer door een getuige) slechts tot stand is gekomen bij een enkelvoudige spiegelconfrontatie, hetgeen te meer klemt bij een verdachte met een dergelijk uiterlijk.

In één van de gevallen heeft het slachtoffer bovendien eerder verklaard de dader niet gezien te hebben omdat hij een capuchon droeg, terwijl in meerdere gevallen de politie - blijkens het proces-verbaal - vóór de spiegelconfrontatie aan de kijker aangegeven heeft met deze man de schuldige op het spoor te zijn.

Vanuit een oogpunt van zorgvuldige opsporing en waarheidsvinding valt te betreuren dat de betrokken opsporingsambtenaren om voor de rechtbank volstrekt onduidelijke redenen bij de gehouden confrontaties waarbij de verdachte in persoon was betrokken niet te werk zijn gegaan conform het Besluit maatregelen in het belang van het onderzoek en de inmiddels algemeen aanvaarde en ook aan de politie bekende wetenschappelijke inzichten ten aanzien van de bij confrontaties te volgen werkwijze, welke inzichten ook te kennen zijn uit de toelichting op genoemd besluit en de daar genoemde literatuur.

Ook de signalementen die door de slachtoffers gegeven zijn, wijken in casu sterk van elkaar af en geven niet in alle gevallen een (met elkaar) overeenkomende beschrijving van verdachtes uiterlijk.

In één geval (feit 5) waar het mogelijk was om ondersteunend bewijs in het geding te brengen middels DNA-onderzoek, zijn de resultaten van dit onderzoek achterwege gebleven.

Daarnaast overweegt de rechtbank nog het volgende met betrekking tot de modus operandi. Deze zijn in de voorliggende casus niet specifiek genoeg en ook niet eenduidig in alle ten laste gelegde gevallen om als ondersteunend bewijs te kunnen dienen.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair, het onder 2, het onder 3 primair en subsidiair, het onder 4 primair en subsidiair, het onder 5, het onder 6, het onder 7 en het onder 8 tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Feit 1

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te Nieuweschans.

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Verdachte is vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding wordt afgedaan, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Feit 5

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer], wonende te Bellingwolde.

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Verdachte is vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk is. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding wordt afgedaan, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder 1 primair en subsidiair, het onder 2, het onder 3 primair en subsidiair, het onder 4 primair en subsidiair, het onder 5, het onder 6, het onder 7 en het onder 8 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Nieuweschans, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Bellingwolde, in de vordering niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. J.P. Evenhuis, voorzitter, M.J.B. Holsink en M. Griffioen, in tegenwoordigheid van A.J. Tholen, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 oktober 2006.

Mr. M. Griffioen was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.