Bestuursrecht overig

Bestuurlijke boete op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verzoek om voorlopige voorziening hangende…

Rechtbank Haarlem, 28 juni 2011

Zaakgegevens

Op 28 juni 2011 heeft de Rechtbank Haarlem in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Haarlem
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
28 juni 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11 - 2796
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2011:BR0211
E-mail

Samenvatting

Bestuurlijke boete op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar bij mondelinge uitspraak afgewezen. Spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd. Geen grond voor het voorlopig oordeel dat het bestreden besluit in bezwaar niet in stand zal blijven.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 2796

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juni 2011

in de zaak van:

Nice & Shine Schoonmaakbedrijf B.V.,

gevestigd te Landsmeer,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.I. Houben, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

verweerder,

gemachtigde: mr. S. Smit, werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Tegenwoordig: mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, en mr. J.K. N'Daw, griffier.

Zitting: 28 januari 2011

Verschenen: Verzoekster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde voornoemd en [naam]. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. S. Smit, werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

Bij besluit van 24 februari 2011 heeft verweerder een bestuurlijke boete op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) ter hoogte van € 73.500,- aan verzoekster opgelegd.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 7 april 2011 bezwaar gemaakt. Bij brief van 19 mei 2011 is verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek om voorlopige voorziening strekt ertoe het bestreden besluit te schorsen omdat verzoekster niet in staat is de boete te betalen. Verzoekster verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar een verklaring van 18 mei 2011 van [naam] B.V. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geeft deze verklaring geen inzicht in de financiële situatie van verzoekster. Op grond hiervan kan derhalve geen spoedeisend belang worden aangenomen.

Desalniettemin is het boetebedrag van € 73.500,- dermate hoog dat aangenomen kan worden dat het voor verzoekster niet eenvoudig zal zijn dit te betalen. Aan het spoedeisend belang kan minder gewicht worden toegekend indien het bestreden besluit naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig moet worden geacht.

Gelet op het door verzoekster ingediende bezwaarschrift en de door verweerder ter zitting voorgedragen pleitnota ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het voorlopig oordeel dat het bestreden besluit in bezwaar niet in stand zal blijven.

Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

griffier voorzieningenrechter

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.