Civiel recht overig
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Verzoek tot wraking ingediend na einduitspraak.
Rechtbank Haarlem, 31 oktober 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BY4579 · Rechtbank Haarlem · 31 oktober 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-haarlem/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbhaa-2012-by4579
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2012 heeft de Rechtbank Haarlem uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank HaarlemRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 196811 / HA RK 12-123
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBHAA:2012:BY4579
Samenvatting
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Verzoek tot wraking ingediend na einduitspraak.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK HAARLEM
Wrakingskamer
zaaknummer: 196811 / HA RK 12-123
Beslissing van 31 oktober 2012
Op verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
1. Procesverloop
1.1. Bij schriftelijk verzoek van 17 augustus 2012 en van 19 september 2012 en nadien nog aangevuld, heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. J.F. Miedema, hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, aanhangig geweest zijnde zaken met zaaknummers AWB 12-2129 en AWB 12-1669, hierna te noemen: de hoofdzaken.
1.2 De wederpartijen in de hoofdzaken hebben niet schriftelijk gereageerd.
1.3 Verzoeker, de wederpartijen en de rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 18 oktober 2012. Van die gelegenheid heeft namens de wederpartij in de zaak met zaaknummer AWB 12-1669, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad in de persoon van [A], gebruik gemaakt. Verzoeker, de rechter en de wederpartij in de zaak AWB 12- 2129, waren niet bij de behandeling aanwezig.
2. Het standpunt van verzoeker
Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek – zakelijk weergegeven – de onpartijdigheid van de rechter in twijfel getrokken.
3. De beoordeling
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:16, eerste lid Awb moet het wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Uitgangspunt hierbij is dat het verzoek in beginsel in elke stand van het geding kan worden gedaan, ook na sluiting van het onderzoek, maar in ieder geval vóór de uitspraak dient te geschieden. Door de rechter is op 27 april 2012 (AWB 12-1669) en op 15 augustus 2012 (AWB 12-2129) uitspraak gedaan. Die uitspraken zijn op 27 april 2012 en op 15 augustus 2012 aan verzoeker gezonden. Nu verzoeker de rechter eerst bij brief van 17 augustus 2012 heeft gewraakt, kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen.
4. De beslissing
De rechtbank:
4.1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking;
4.2. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
Deze beslissing is gegeven door mr. A.E. Patijn, voorzitter, en mrs. A.C. Terwiel en A.J. Wolfs, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2012 in tegenwoordigheid van A.G.J. Deckers, als griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.