Burgerlijk procesrecht

Incident afgifte stukken onweersproken toegewezen.

Rechtbank Limburg, 16 september 2026

Zaakgegevens

Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
16 september 2026
Datum publicatie
8 september 2026
Zaaknummer
C/03/354477 HA ZA 26-322
Procedure
Bodemzaak
Advocaat
mr. S.L.B. Duijf, mr. D.M. Lamers
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:9526
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Incident afgifte stukken onweersproken toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/354477 / HA ZA 26-322

Vonnis in incident (bij vervroeging) van 16 september 2026

in de zaak van

[persoon 1] ,

te [plaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [persoon 1] ,

advocaat: mr. S.L.B. Duijf,

tegen

[persoon 2] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [persoon 2] ,

advocaat: mr. D.M. Lamers.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens houdend incidentele conclusie met producties 1 t/m 17,

- het B2-formulier waarbij mr. Lamers zich heeft gesteld namens [persoon 2] ,

- door [persoon 2] is niet geantwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten in het incident

2.1.

[persoon 1] is de zwager van [persoon 2] . [persoon 2] is de echtgenote en enig erfgename van wijlen de heer [erflater] (hierna: erflater).

2.2.

Erflater was enig bestuurder van [b.v.] [persoon 1] heeft pensioenrechten opgebouwd in [b.v.]

3 Het geschil

in de hoofdzaak
3.1. [persoon 1] stelt dat erflater onrechtmatig heeft gehandeld als bestuurder van [b.v.] door pensioenverplichtingen namens de holding aan te gaan en enorme bedragen aan het vermogen van de holding te onttrekken. [persoon 2] is volgens [persoon 1] als enig erfgenaam gehouden de schade van [persoon 1] te voldoen. [persoon 1] vordert onder meer een verklaring voor recht alsmede een veroordeling tot vergoeding van de door [persoon 1] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat.

in het incident

3.2.

[persoon 1] vordert in het incident dat de rechtbank [persoon 2] veroordeelt om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan hem te verstrekken:
(ongeanonimiseerde) afschriften van het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 21 december 2021 en het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van16 januari 2024 en uittreksels van de jaarrekeningen van 2014 tot en met 2017 van [b.v.] alsmede het uittreksel van de Kamer van Koophandel van de [b.v.] over 2019 met [nummer] .

3.3.

[persoon 1] stelt daartoe dat deze stukken van belang zijn om zijn stellingen te bewijzen en [persoon 2] gelet op de inhoud van genoemde vonnissen van deze rechtbank en het gerechtshof de beschikking heeft over deze stukken.

3.4.

[persoon 2] is in de gelegenheid gesteld om zich omtrent de incidentele vordering uit te laten, maar zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Gelet op de inhoud van artikel 194 lid 1 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) heeft [persoon 1] recht op afschrift van de gevorderde stukken omdat hij, gelet op de rechtsvraag die partijen verdeeld houdt, daarbij voldoende belang heeft.

4.2.

De incidentele vordering zal worden toegewezen, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. De rechtbank zal [persoon 2] bevelen om de stukken binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis te verstrekken. Nu [persoon 1] in de dagvaarding geen nadere toelichting heeft gegeven over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de stukken dienen te worden verstrekt, ziet de rechtbank geen aanleiding om nadere voorwaarden te stellen of de wijze van verstrekking te bepalen.

4.3.

Gelet op de familiale relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

beveelt [persoon 2] (ongeanonimiseerde) afschriften van het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 21 december 2021 en het arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 16 januari 2024 en uittreksels van de jaarrekeningen van 2014 tot en met 2017 van [b.v.] alsmede het uittreksel van de Kamer van Koophandel van de [b.v.] over 2019 met [nummer] binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis aan [persoon 1] te verstrekken,

5.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de

eigen kosten draagt,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

5.5.

verstaat dat de zaak op de rol van 30 september 2026 staat voor conclusie van antwoord alsmede opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen over de periode oktober 2026 tot en met maart 2027,

5.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken.