Civiel recht overig
Wraking – na eindvonnis – niet ontvankelijk
Rechtbank Limburg, 17 augustus 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:6840 · Rechtbank Limburg · 17 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rblim-2021-6840
Zaakgegevens
Op 17 augustus 2021 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2021
- Datum publicatie
- 3 september 2021
- Zaaknummer
- C/03/295067 / HA RK 21-264
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:6840
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking – na eindvonnis – niet ontvankelijk
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/295067 / HA RK 21-264
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. J.W. Rijksen, rechter in de rechtbank Limburg (hierna: de rechter).
1 De procedure
Op 30 juli 2021 is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 8598383/ CV EXPL 20-3002.
De rechter heeft op 3 augustus 2021 de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten en hij heeft de wrakingskamer zijn schriftelijke reactie doen toekomen.
Op 6 augustus 2021 is ter griffie een e-mail van verzoeker ontvangen waarin hij zijn verzoek tot wraking in voornoemde zaak herhaalt.
2 De beoordeling
Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Wraking is echter niet mogelijk nadat de einduitspraak is gedaan (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, NJ 1999, 271). Nu verzoeker op 30 juli 2021 zijn verzoek tot wraking heeft ingediend terwijl de rechter op 7 juli 2021 vonnis heeft gewezen in de zaak, staat het middel van wraking hem niet meer ter beschikking.
Om die reden kan verzoeker niet in zijn verzoek tot wraking worden ontvangen.
Artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg bepaalt dat de wrakingskamer in dat geval het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
- Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.B.T.G. Steeghs, mr. F.L.G. Geisel en mr. W.Th.M. Raab en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2021.