Civiel recht overig
Wraking na einduitspraak – niet ontvankelijk
Rechtbank Limburg, 7 december 2022
ECLI:NL:RBLIM:2022:9993 · Rechtbank Limburg · 7 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rblim-2022-9993
Zaakgegevens
Op 7 december 2022 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 7 december 2022
- Datum publicatie
- 13 december 2022
- Zaaknummer
- C/03/312002 HA RK 22-299
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2022:9993
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking na einduitspraak – niet ontvankelijk
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C03/312002/HA RK 22-299
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. R.H.J. Otto, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.
1 De procedure
Op 1 december 2022 is ter griffie het e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 311648/HA RK 22-290.
De rechter berust niet in de wraking.
2 De beoordeling
Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Ingevolge artikel 4, lid 2 aanhef en sub d, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg (hierna: het wrakingsprotocol) is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan.
Verzoeker heeft op 8 november 2022 een verzoek tot wraking van de behandelend rechter, mr. Beurskens, in de zaak C/03/308056 HA RK 22-210 gedaan. Omdat er in dit verzoek tot wraking sprake was van een verzuim is verzoeker in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Verzoeker was het hier niet mee eens en heeft daarop de voorzitter van de wrakingskamer, mr. Quaedvlieg, gewraakt.
De voor dit tweede verzoek samengestelde wrakingskamer, met als voorzitter mr. Otto, heeft verzoeker in zijn verzoek tot wraking van mr. Quaedvlieg, zonder behandeling ter zitting op 29 november 2022 niet ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft nu op 1 december 2022, dus na de uitspraak op het laatstgenoemde verzoek een derde wrakingsverzoek ingediend inhoudende een verzoek tot wraking van mr. Otto.
De wrakingskamer overweegt dat er door de uitspraak van 29 november 2022 een einde is gekomen aan de rol van mr. Otto (de rechter) in de zaak. Nu de rechter geen bemoeienis meer heeft met de zaak kan verzoeker niet in zijn nieuwe verzoek tot wraking worden ontvangen. Verzoeker is daarom niet ontvankelijk in zijn verzoek
3 De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter,
mr. W.F.J. Aalderink en mr. J. Schreurs-van de Langemheen, rechters, bijgestaan door
mr. M.J.W.D. Janssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.