Civiel recht overig
Wraking na beëindiging van de zaak – niet ontvankelijk.
Rechtbank Limburg, 5 april 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:3062 · Rechtbank Limburg · 5 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rblim-2023-3062
Zaakgegevens
Op 5 april 2023 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 5 april 2023
- Datum publicatie
- 12 mei 2023
- Zaaknummer
- C/03/316166/ HA RK 23-64
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2023:3062
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking na beëindiging van de zaak – niet ontvankelijk.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/316166/ HA RK 23-64
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] , (hierna te noemen verzoeker),
wonende te [woonplaats] ,
dat strekt tot wraking van mr. L.M.I.A. Bregonje, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.
1 De procedure
Op 31 maart 2023 is ter griffie een bericht ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/03/315403 FA RK 23-851.
2 De beoordeling
Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Wraking is echter niet mogelijk nadat een zaak is beëindigd (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, NJ 1999, 271). Blijkens de beschikking van 30 maart 2023 is de zaak ter zitting op 24 maart 2023 na een mondelinge uitspraak tot een einde gekomen. Het middel van wraking staat verzoeker dus niet meer ter beschikking. Om die reden kan hij niet in zijn verzoek tot wraking worden ontvangen.
Gelet op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg zal de wrakingskamer dit beslissen zonder behandeling ter zitting.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.A.G. van Baal, mr. H.M.J. Quaedvlieg en
mr. R.M.M. Kleijkers, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2023.