Civiel recht overig

Wraking na uitspraak – niet ontvankelijk

Rechtbank Limburg, 11 december 2025

Zaakgegevens

Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
11 december 2025
Datum publicatie
15 december 2025
Zaaknummer
C/03/347732 / HA RK 25-203
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:12476
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking na uitspraak – niet ontvankelijk

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/03/ 347732/ HA RK 25-203

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

dat strekt tot wraking van de wrakingskamer die bestond uit mr. H.M.J. Quaedvlieg,

mr. Y.J.C.A. Roeffen en mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer, rechters in de rechtbank Limburg.

1 De procedure

Op 26 november 2025 is ter griffie van de wrakingkamer een bericht ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/03/ 345897 JERK 25-1678.

De wrakingskamer heeft op 1 december 2025 beslist dat het verzoek tot wraking ongegrond is.

Op 8 december 2025 is bij de griffie een e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer die op 1 december 2025 op verzoekers eerste verzoek hebben beslist.

2 De beoordeling

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef onder d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan de wrakingskamer een verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.

De strekking van deze bepaling is dat alleen ten aanzien van de behandelend rechter een verzoek tot wraking kan worden ingediend. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, nadat een uitspraak in de zaak is gedaan, nog om wraking te verzoeken.

Het verzoek tot wraking van de rechters is kennelijk niet ontvankelijk omdat er een beslissing ligt op het verzoek van 26 november 2025 waardoor er een einde is gekomen aan de behandeling van de zaak.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart het verzoek tot wraking niet ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.J. Otto, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en

mr. M.M. Beije, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.