Civiel recht overig
wraking - niet gemotiveerd - niet-ontvankelijk
Rechtbank Limburg, 21 mei 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:6775 · Rechtbank Limburg · 21 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rblim-2026-6775
Zaakgegevens
Op 21 mei 2026 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 21 mei 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- C/03/352182 / HA RK 26-78
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:6775
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
wraking - niet gemotiveerd - niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Zaaknummer: C/03/352182 / HA RK 26-78
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van:
[verzoekster] ,
als wettelijk vertegenwoordigster van:
[minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
wonend te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
dat strekt tot wraking van mr. drs. Van den Acker, (kanton)rechter in de rechtbank Limburg (hierna: de rechter).
1 De procedure
Verzoekster heeft op 7 mei 2026 tijdens de terechtzitting in de jeugdstrafzaak waarin haar zoon, [minderjarige] , gedagvaard is in verband met overtreding van de Leerplichtwet (parketnummer: 03/041358-26) een verzoek tot wraking van de kantonrechter ingediend.
2 De beoordeling
Toetsingskader
Artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 513 lid 1 Sv wordt het verzoek gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. In lid 2 staat dat het verzoek schriftelijk wordt gedaan en is gemotiveerd, maar dat het verzoek tijdens de terechtzitting ook mondeling kan worden gedaan. Uit lid 3 volgt dat alle feiten of omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen.
In artikel 1 lid 1 van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg (verder: het Wrakingsprotocol) staat dat op verzoek van een partij (zijnde een blijkens de wet of de rechtspraak tot wraking gerechtigde procesdeelnemer), elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. In lid 4 van dit artikel staat dat het wrakingsverzoek de feiten of omstandigheden vermeldt waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden; alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure dan ook of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
In artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd.
Inhoudelijke beoordeling
Verzoekster is in de zaak waarop de wraking betrekking heeft geen verdachte. Zij is de wettelijk vertegenwoordigster (de moeder) van de verdachte ( [minderjarige] ). Op grond van artikel 496 Sv worden de ouders van de minderjarige verdachte opgeroepen voor de terechtzitting en zijn zij verplicht te verschijnen. De ouders worden, nadat de verdachte, een medeverdachte, een getuige of een deskundige zijn verklaring heeft afgelegd, in de gelegenheid gesteld daartegen in te brengen wat tot verdediging kan dienen. De wrakingskamer is, gelet hierop en gelet op de omstandigheid dat de minderjarige verdachte niet bijgestaan wordt door een raadsman/vrouw, van oordeel dat de ouder van de verdachte, verzoekster, gerechtigd is om een wrakingsverzoek in te dienen.
Uit het proces-verbaal van de met gesloten deuren gehouden terechtzitting van 7 mei 2026 volgt dat de wrakingsgrond van verzoekster is dat de rechter haar zoon [minderjarige] woorden in de mond legt. In het proces-verbaal is opgenomen dat de rechter [minderjarige] het advies van de Raad voor de Kinderbescherming heeft voorgehouden. Nadat [minderjarige] heeft verklaard dat hij het niet eens is met de jeugdreclassering en dat hij al zijn hele leven mensen op zijn rug heeft, heeft de rechter hem gevraagd of hij zelf spreekt of de moeder hoort. Vervolgens heeft verzoekster de rechter gewraakt. Verdere toelichting ontbreekt.
De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek van verzoekster geen feiten of omstandigheden vermeldt waardoor volgens verzoekster de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, zodat het verzoek niet is gemotiveerd. Dat verzoekster van mening is dat de rechter haar zoon woorden in de mond zou leggen, is daartoe onvoldoende. Met name nu dit ook niet uit het proces-verbaal volgt. Uit dat proces-verbaal blijkt immers dat de rechter [minderjarige] slechts een vraag heeft gesteld. Voor zover verzoekster deze vraag als vervelend of kritisch zou hebben ervaren, maakt dat nog niet dat dit de conclusie kan dragen dat er sprake is van (een gerechtvaardigd vermoeden van) vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer zal verzoekster, nu het verzoek niet is gemotiveerd en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor een wrakingsverzoek, aanstonds, derhalve zonder behandeling ter zitting, niet-ontvankelijk verklaren.