Verbintenissenrecht

Vervoerszaak. Het betreft een vrijwaringzaak waarin in eerste instantie een verstekvonnis is gewezen en thans…

Rechtbank Limburg, 23 september 2026

Zaakgegevens

Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
23 september 2026
Datum publicatie
14 september 2026
Zaaknummer
C/03/333573/ HA ZA 24-352
Procedure
Verzet
Advocaat
mr. M.P. Lewandowski, mr. I.M.C.A. Reinders Folmer
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:9770
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervoerszaak. Het betreft een vrijwaringzaak waarin in eerste instantie een verstekvonnis is gewezen en thans in de verzetprocedure uitspraak wordt gedaan. De vraag is of de gedaagde (zijnde de verzekeraar) naar Pools recht gehouden is dekking te verlenen voor de schade, tot betaling waarvan haar verzekerde in de hoofdzaak is veroordeeld. Moet de verzekeraar de vervoerder vrijwaren? De schade is geleden doordat de lading werd verduisterd door iemand die zich valselijk heeft voorgedaan als vervoerder. Pools recht is van toepassing. De rechtbank deed tevergeefs een verzoek aan het Internationaal Juridisch Instituut over bepaalde rechtsvragen naar Pools recht. Op basis van een legal opinion van een Poolse advocaat komt de rechtbank tot het oordeel dat de verzekeraar de vervoerder moet vrijwaren voor de nadelige gevolgen van het verlies van de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/333573 / HA ZA 24-352

Vonnis in verzet van 23 september 2026

in de zaak van

COMPENSA TU SPOLKA AKCYJNA VIENNA INSURANCE GROUP, rechtsopvolger van WIENER TOWARZYSTWO UBEZPIECZEN SPOLKA AKCYJNA VIENNA INSURANCE GROUP,

te Warszawa (Polen),

opposante,

hierna te noemen: Compensa,

advocaat: mr. M.P. Lewandowski,

tegen

MULTICCO SPOLKA Z ORGANICZONA ODPOWIEDZIALNOSCIA,

te Bialystok (Polen),

geopposeerde,

hierna te noemen: Multicco ,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de rolbeslissing van 8 april 2026 en de daarin genoemde stukken

  • de akte overlegging legal opinion van Multicco .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

De tussenvonnissen van 27 augustus 2025 en 14 januari 2026

2.1.

Onderhavig vonnis bouwt inhoudelijk voort op het tussenvonnis van 27 augustus 2025 en 14 januari 2026.

2.2.

In het vonnis van 27 augustus 2025 is onder rechtsoverweging 4.10 onder (i) het verweer van Compensa opgenomen dat de aansprakelijkheid van haar als verzekeraar is beperkt tot de daadwerkelijk geleden schade. Compensa redeneert dat Multicco geen schade heeft geleden, omdat SARC failliet is verklaard en Multicco nog niets bewijsbaars aan SARC heeft betaald. Volgens Compensa hoeft zij dus geen uitkering te doen op grond van de polisvoorwaarden.

2.3.

In rechtsoverweging 4.16 van dat vonnis is overwogen dat in de polisvoorwaarden (paragraaf 1 punt 2) staat dat Compensa als verzekeraar dekking biedt voor wettelijke aansprakelijkheid van Multicco voor schade als gevolg van diefstal, ook in het geval Multicco het vervoer toevertrouwt aan een ondervervoerder (paragraaf 3 punt 1). Hierbij staat niet dat dekking is uitgesloten ingeval de opdrachtgever tot het vervoer had verboden om het vervoer uit te besteden. Dit is echter wel een standpunt dat Compensa inneemt.

2.4.

De rechtbank wilde gelet op het voorgaande graag geïnformeerd worden over een aantal rechtsvragen die naar Pools recht moeten worden beantwoord. Partijen hebben zich mogen uitlaten over de rechtsvragen, welke vervolgens in het vonnis van 14 januari 2026 zijn geformuleerd. Deze luiden:

1. bestaat er dwingendrechtelijke Poolse regelgeving, of Poolse jurisprudentie die dwingendrechtelijk het (recht op) verzekeringsdekking voor schade uitsluit voor schade als gevolg van ladingdiefstal indien verzekerde (als vervoerder) in strijd heeft gehandeld met de instructies van haar opdrachtgever. Verzekerde heeft een overeenkomst tot ondervervoer gesloten, terwijl dit door haar opdrachtgever was verboden, waarbij vervolgens tijdens de uitvoering van die overeenkomst de lading wordt gestolen door een (rechts)persoon die zich valselijk voordoet als ondervervoerder; Dit geacht of ongeacht de polisvoorwaarden;

2. indien het antwoord op deze vraag ontkennend luidt wordt ook nog advies gevraagd over de vraag of het juist is dat op grond van Pools recht (regelgeving en/of jurisprudentie) de aansprakelijkheidsverzekeraar niet althans niet volledig tot uitkering hoeft over te gaan indien (hoewel bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak de aansprakelijkheid van de verzekerde jegens de benadeelde vaststaat voor een bedrag van € 247.795,98 vermeerderd met CMR rente) de verzekerde nog niet volledig tot betaling aan de benadeelde is overgegaan (in onze casus heeft verzekerde inmiddels € 75.000,00 voldaan), omdat de benadeelde daartoe nog geen verdere executiehandelingen heeft verricht. Met andere woorden: is een recht op verzekeringsuitkering en de hoogte van de uitkering door de verzekeraar aan verzekerde afhankelijk van de vraag of verzekerde reeds tot betaling aan de benadeelde is overgegaan op basis van een in kracht en gezag gewijsde gegane rechterlijke uitspraak?

3. Kwalificeert het bewust negeren van een uitdrukkelijk contractueel verbod op onderaanneming als grove nalatigheid onder Pools recht, in verband gelezen met de (voorwaarden van) polisdekking en/of artikel 827 lid 1 KC, en zo ja, tot welke juridische gevolgen moet danwel kan dit leiden?

2.5.

Vervolgens heeft de griffier contact opgenomen met het IJI. Het IJI heeft vervolgens na uitgebreid intern beraad de griffier laten weten dat zij niet in staat is de aanvraag vanuit de rechtbank uit te voeren. Dit is bij rolbericht van 8 april 2026 aan partijen medegedeeld waarna zij beiden hebben aangegeven de gelegenheid te willen krijgen zelf een legal opinion over te leggen waarin antwoord wordt gegeven voor voormelde vragen. Die gelegenheid hebben partijen gekregen. Alleen Multicco heeft tijdig een legal opinion overgelegd. Deze legal opinion is opgesteld door de Poolse advocaat [advocaat 1] (hierna [advocaat 1] ) van het [kantoor] , gevestigd te [plaats ] . De rechtbank merkt op dat Multicco ook eerder al een legal opinion had overgelegd van de Poolse advocaat genaamd: [advocaat 2] , welke legal opinion in lijn ligt met van die van [advocaat 1] . De legal opinion van [advocaat 1] bevat duidelijke conclusies die voldoende, met verwijzing naar bronnen is onderbouwd. De rechtbank zal in haar verdere beoordeling van de vorderingen dan ook waarde hechten aan deze legal opinion.

2.6.

Compensa heeft de gelegenheid gehad om zelf door middel van een legal opinion een visie te geven op de vragen van de rechtbank, maar zij heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt zodat de rechtbank enkel de stellingen van Compensa op deze punten kan meewegen. In dat kader is relevant dat Compensa in haar vele processtukken niet heeft verwezen naar regels van Pools recht (wet noch jurisprudentie) die naar het oordeel van de rechtbank ertoe zouden moeten leiden dat haar polisvoorwaarden op een manier moeten worden uitgelegd, die afwijkt van de door Multicco overgelegde legal opinions.

2.7.

[advocaat 1] geeft aan dat de Poolse wetgeving en rechtspraak geen regels kennen die het recht op een verzekeringsuitkering absoluut uitsluiten wanneer een

vervoerder tegen de instructies van zijn opdrachtgever ingaat. In het Poolse civiele

recht geldt volgens hem het principe van contractsvrijheid (art. 821 KC). De omvang van de dekking wordt niet bepaald door de wet, maar uitsluitend door de specifieke inhoud van

de verzekeringspolis. De rechtbank gaat hier dan ook vanuit.

2.8.

Gelet (i) hierop, (ii) het feit dat de polis onder paragraaf 1 punt 2 dekking biedt voor wettelijke aansprakelijkheid van Multicco voor schade als gevolg van diefstal, ook in het geval Multicco het vervoer toevertrouwt aan een ondervervoerder (paragraaf 3 punt 1), alsmede (iii) het feit dat dekking niet expliciet is uitgesloten ingeval de opdrachtgever tot het vervoer had verboden om het vervoer uit te besteden is de rechtbank van oordeel dat het feit dat in de verhouding tussen opdrachtgever en vervoerder een verbod tot ondervervoer is afgesproken niet tot gevolg heeft dat Compensa haar verzekerde Multicco dekking mag weigeren.

2.9.

Het in strijd handelen met instructies van de opdrachtgever leidt naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak ook niet tot “grove nalatigheid”. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

2.10.

[advocaat 1] geeft aan dat het bewust negeren van een uitdrukkelijk contractueel verbod op onderaanneming niet (in ieder geval niet automatisch) kwalificeert als grove nalatigheid onder Pools recht. Vervolgens legt [advocaat 1] uit waarom hij het verdedigbaar vindt dat geen sprake is van 'grove nalatigheid' in de zin van art. 827 lid 1 KC / art. 29 CMR. Het contract met de opdrachtgever verbood uitbesteding namelijk niet absoluut; het was toegestaan mits de onderaannemer aan minimaal dezelfde voorwaarden was gebonden. Als dit is gebeurd,

is er geen sprake van contractbreuk. Indien de opdrachtgever wist (bijvoorbeeld via

CMR-vrachtbrieven) dat Multicco met subcontractors werkte en dit tolereerde, kan hij

zich na schade niet ineens op grove nalatigheid beroepen. Dat zou misbruik van

recht zijn. Volgens vaste rechtspraak van het Poolse Hooggerechtshof (o.a. arrest II

CSK 202/12) is een crimineel die zich valselijk voordoet als vervoerder geen persoon

die handelt namens of in opdracht van de verzekerde. Grove nalatigheid kan alleen

worden toegerekend aan de verzekerde zelf of diens eigen personeel/hulppersonen.

Omdat de schade is veroorzaakt door een crimineel die zich valselijk voordeed als

vervoerder, en de Poolse rechtspraak bepaalt dat zo'n oplichter niet tot de risicosfeer

van de verzekerde behoort, kan de verzekeraar de claim niet zomaar afwijzen op

grond van art. 827 lid 1 KC. Grove nalatigheid vereist een gedrag dat grenst aan opzet;

een eventueel gebrek aan optimale voorzichtigheid bij de controle van de partij is

juridisch onvoldoende voor de verzekeraar om de claim af te wijzen.

2.11.

Gelet op dit beoordelingskader naar Pools recht overweegt de rechtbank het volgende. Volgens de polis mocht Multicco het vervoer dus uitbesteden aan een ondervervoerder. Volgens paragraaf 3 punt 2.1 moet Multicco voorafgaande aan het inschakelen van ondervervoerders met het oog op de zorgvuldigheid wel een due dilligence onderzoek verrichten naar de door haar ingeschakelde ondervervoerders. In dat kader moet zij - samengevat - verifiëren of de ondervervoerder beschikt over de benodigde vergunningen, een toereikende vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering en (bij feitelijke vervoer) geschikte transportmiddelen.

2.12.

Multicco stelt dat zij aan deze verplichtingen heeft voldaan. Voorafgaande aan de opdrachtverlening aan MKR (op 5 augustus 2019) heeft Multicco immers onder meer MKR’s Eurovergunning met [nummer] en een verzekeringscertificaat ter bevestiging van een toereikende verzekeringsdekking bij de Slowaakse verzekeraar Union Poist’ovňa (producties 6 en 8 van Multicoo) ontvangen. Verder heeft zij van MKR ontvangen informatie betreffende MKR’s bankgegevens voorzien van een bedrijfsstempel en een uittreksel uit het Slowaaks handelsregister van MKR (productie 9 van Multicco ). Verder heeft Multicco de betrouwbaarheid van MKR geverifieerd aan de hand van op internet geraadpleegde informatie, waaronder de Facebookprofielen van MKR en [persoon] (de contactpersoon van MKR), de VIES-website van de Europese Unie en positieve beoordelingen over MKR op de internetvrachtbeurs Trans.EU.

2.13.

Compensa heeft niet betwist dat Multicco over de in paragraaf 3 punt 2.1 van de aanvullende verzekering bedoelde informatie beschikte, althans dat MKR over een toereikende verzekering beschikte. Dit is door verzekeraar Union Poist’ovňa op 22 augustus 2019 ook nog eens bevestigd. Zij stelt echter dat de verzekering van MKR bij Union Poist’ovňa geen dekking bood voor het voertuig waarmee het vervoer feitelijk is bewerkstelligd, namelijk het voertuig met [kentekencombinatie] ) en dat Multicco dat had moeten checken.

2.14.

Op grond waarvan Multicco een kentekencheck had moeten uitvoeren heeft Compensa niet nader onderbouwd, ook niet nadat zij kennis had genomen van de legal opinion van de Poolse advocaat [advocaat 2] waarin gemotiveerd is aangegeven dat Multicco geen verplichting had om een kentekencheck uit te voeren. Dat had wel op haar weg gelegen, aangezien zij zich beroept op de stelling dat geen dekking bestaat omdat Multicco heeft nagelaten een kentekencheck uit te voeren. Multicco was gehouden te verifiëren of MKR over een toereikende aansprakelijkheidsverzekering beschikte en aan die verplichting heeft Multicco naar het oordeel van de rechtbank voldaan. Nu sprake is van diefstal van lading en onvoldoende gemotiveerd betwist is dat Multicco de in paragraaf 3 punt 2.1 voorgeschreven zorgvuldigheid heeft betracht, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank dekking onder de verzekeringspolis.

2.15.

Hoewel Compensa in het kader van de zorgvuldigheidsverplichting benadrukt dat Multicco de vervoersopdracht op een transport exchange heeft geplaatst is dat verder ook niet relevant, omdat uit de polisvoorwaarden niet volgt dat voornoemde zorgvuldigheidsverplichting afhankelijk is van de wijze waarop opdrachtgever en vervoerder met elkaar in contact zijn gekomen.

2.16.

De rechtbank concludeert dan ook dat naar Pools recht geen sprake is van schending van enige zorgvuldigheidsverplichting van Multicco , laat staan van “grove nalatigheid”.

2.17.

Het verweer dat Multicco geen schade heeft geleden, omdat SARC failliet is verklaard en Multicco nog niets bewijsbaars aan SARC heeft betaald wordt ook gepasseerd. Dit oordeel baseert de rechtbank ook op de legal opinion van [advocaat 1] . Hij heeft namelijk aangegeven dat het recht op uitkering en de hoogte van het bedrag

hangen niet afhangen van de vraag of de verzekerde de schadevergoeding al feitelijk heeft

voorgeschoten aan de benadeelde. [advocaat 1] heeft in dat kader toegelicht dat schade in het Poolse recht breder wordt gedefinieerd dan enkel het verlies van actieve bezittingen; het omvat ook de toename van passiva (schulden) (art. 361 KC). De heersende leer in de Poolse rechtspraak (bevestigd door hoven van beroep in o.a. [plaats ] , Krakau en Warschau) stelt dat een schuld als reële vermogensschade kwalificeert zodra deze opeisbaar is en definitief

vaststaat. Zoals de rechtbank ook al in rechtsoverweging 4.13 van het tussenvonnis van 27 augustus 2025 heeft benadrukt staat de schuld van Multicco aan SARC onherroepelijk vast. Er ligt een onherroepelijk vonnis waarin Multicco als vervoerder is veroordeeld tot betaling aan SARC van € 247.795,98 (plus CMR-rente). De verzekering die Multicco hiervoor bij Compensa heeft afgesloten biedt voor dit volledige bedrag dekking. De vraag of Multicco dit bedrag al geheel of gedeeltelijk aan SARC heeft voldaan is naar Pools recht dus niet relevant.

Het oordeel van de rechtbank over de verbintenis tot vrijwaring

2.18.

De volgende vraag die moet worden beantwoord is of het feit dat dekking bestaat voor de door Multicco geclaimde schade betekent dat Compensa moet worden veroordeeld tot betaling aan Multicco van al datgene waartoe Multicco als gedaagden in de hoofdzaak (met nummer C/03/282237 / HA ZA 20-446, hierna de hoofdzaak) is veroordeeld, waaronder de proceskosten. Compensa stelt van niet, omdat SARC naar Zwitsers recht vanaf 12 december 2020 in staat van faillissement verkeert.

2.19.

Hierover heeft de rechtbank al eerder geoordeeld (zie rechtsoverweging 4.9 van het vonnis in incident van 16 oktober 2024) dat het enkele feit dat SARC “in liquidatie” verkeert nog niet betekent dat zou zijn uitgesloten dat vorderingen op derden (zoals de vordering van SARC op Multicco , waarvoor zij op 14 december 2022 een executoriale titel heeft verkregen) nog door of namens SARC in liquidatie worden geïnd. Compensa heeft niet onderbouwd gesteld dat de rechtbank hier (naar Zwitsers recht) een juridische misslag zou hebben gemaakt, waardoor op die beslissing zou moeten worden teruggekomen. Het e-mailbericht van 2 december 2024 (productie 10 van Compensa) waarin namens het Zwitsers Kantonnaal faillissementsbureau wordt verklaard dat SARC failliet is sinds december 2020 is daartoe onvoldoende. Als onvoldoende weersproken staat bovendien vast dat Multicco ook reeds op grond van het vonnis van 14 december 2022 en op basis daarvan met SARC getroffen termijnbetalingsregeling een bedrag van € 75.000,00 aan SARC heeft betaald. Daartoe heeft Multicco als productie 18 en 19 betalingsbewijzen en correspondentie tussen haar en SARC overgelegd. De liquidatietoestand van SARC doet daarom niets af aan de vrijwaringsverplichting van Compensa jegens Multicco .

2.20.

De vrijwaringsverplichting gaat echter niet verder dan de verplichting om de nadelige gevolgen van de veroordeling van Multicco in het vonnis van 14 december 2022 op te vangen. In het verstekvonnis van 18 januari 2023 is Compensa veroordeeld tot betaling aan Multicco van al datgene waartoe Multicco in het vonnis van 14 december 2022 als gedaagde in de hoofdzaak jegens SARC is veroordeeld, maar indien SARC verder geen executiemaatregelen neemt op basis van het vonnis van 14 december 2022, dan lijdt Multicco ook geen verder nadeel en kan Multicco ook geen verdere executiemaatregelen treffen op basis van het verstekvonnis van 18 januari 2023. Dat zou immers in strijd zijn met de aard van een vrijwaringszaak, waarin het enkel gaat om een regresrecht. Gelet hierop, alsmede het feit dat niet gesteld of gebleken is dat SARC na ontvangst van de eerste termijnbetaling van € 75.000,00 (een aantal jaren geleden) de executie heeft voortgezet zal de rechtbank het verstekvonnis van 18 januari 2023 in de zaak met rolnummer C/03/291379 HA ZA 21-215 enkel bekrachtigen voor zover de veroordeling van Multicco als gedaagde in de hoofdzaak met nummer C/03282237/HA ZA 20-446 nadelige gevolgen heeft voor Multicco . Met andere woorden, indien SARC geen verdere executiemaatregelen neemt, hoeft Multicco ook niets te betalen.

Slotoverwegingen

2.21.

Alle andere door Compensa aangevoerde verweren behoeven geen bespreking omdat dit verweren betreft die hooguit door de opdrachtgever of de vervoerders onderling kunnen worden aangevoerd, terwijl in deze zaak de vraag moet worden beantwoord of Compensa dekking moet verlenen op grond van de polisvoorwaarden en een verplichting heeft om Multicco te vrijwaren voor de nadelige gevolgen van de hoofdprocedure.

De proceskosten

2.22.

Compensa is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Multicco in deze verzetprocedure worden begroot op:

- griffierecht

€ 0,

(al voldaan in de hoofdzaak 03/282237 HA ZA 20-446)

- salaris advocaat

€

10.097,50

(3,5 punten × € 2.885,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

10.286,50

3 De beslissing

3.1.

verklaart het verzet ongegrond,

3.2.

bekrachtigt het vonnis van 18 januari 2023 in de zaak met rolnummer C/03/291379 HA ZA 21-215 (inclusief de proceskostenveroordeling) voor zover de veroordeling van Multicco als gedaagde in de hoofdzaak met nummer C/03/282237/HA ZA 20-446 nadelige gevolgen heeft voor Multicco ,

3.3.

veroordeelt Compensa in de proceskosten van € 10.286,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Compensa niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het anders of meer gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.

Productie 15 van Multicco