Strafrecht overig
relatie tussen het inbeslaggenomen goed en een strafbaar feit kan niet worden vastgesteld, hetgeen wel…
Rechtbank Limburg, 12 april 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:3508 · Rechtbank Limburg · 12 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/strafrecht/strafrecht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rblim-2021-3508
Zaakgegevens
Op 12 april 2021 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 12 april 2021
- Datum publicatie
- 22 april 2021
- Zaaknummer
- 03/288120-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3508
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
relatie tussen het inbeslaggenomen goed en een strafbaar feit kan niet worden vastgesteld, hetgeen wel vereist is (ECLI:NL:HR:1993:ZC9338, HR 27 april 1993, NJ 1993/586)
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Strafrecht
Zittingsplaats Maastricht
parketnummer : 03-288120-20
raadkamernummer : 21-000095
datum : 12 april 2021
beschikking van de enkelvoudige raadkamer op de vordering ex artikel 552f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van de officier van justitie in de zaak tegen:
[belanghebbende] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende/verblijvende te [adres] .
1 De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 552f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto 36b, eerste lid, aanhef en onder 4° van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) strekt tot de onttrekking aan het verkeer van de onder bovenstaande parketnummer in beslag genomen personenauto Volkswagen Caddy, kenteken: [kenteken] en chassisnummer: [Nummer] .
2 De procesgang
De vordering is op 4 januari 2021 ter griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft op 12 april 2021 de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. De belanghebbende is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
3 De beoordeling
Art. 36b, eerste lid, luidt, voor zover hier van belang::
"1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden uitgesproken:
(...)
3°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan;
4°. bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het openbaar ministerie;
(…)
De zaak tegen de belanghebbende is op 13 november 2020 geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De rechter kan aan de hand van de inhoud van het dossier en hetgeen de officier van justitie in raadkamer naar voren heeft gebracht, geen relatie vaststellen tot een strafbaar feit. Aldus is niet voldaan aan het vereiste van artikel 36b, eerste lid aanhef onder 4°, Sr, waarvoor, overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid aanhef onder 3°, volgens vaste rechtspraak (onder andere ECLI:NL:HR:1993:ZC9338, HR 27 april 1993, NJ 1993/586) een relatie tot enig strafbaar feit moet zijn vastgesteld.
Het hier bedoelde vereiste geldt niet voor een op grond van artikel 1:37, eerste lid, van de Algemene Douanewet gelegd beslag. Dit is echter in deze zaak niet aan de orde.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie af.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.G. Witteman, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van
12 april 2021.