Strafrecht overig

Bevel opheffing voorlopige hechtenis. Ernstige bezwaren.

Rechtbank Middelburg, 24 december 2010

Zaakgegevens

Op 24 december 2010 heeft de Rechtbank Middelburg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/715499-10
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBMID:2010:BP1091
E-mail

Samenvatting

Bevel opheffing voorlopige hechtenis. Ernstige bezwaren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Raadkamer voor strafzaken

Bevel opheffing voorlopige hechtenis

Parketnummer 12/715499-10

Op 24 december 2010 is een verzoek opheffing/schorsing ingediende door mr.

Smit in de zaak:

[verdachte]

geboren op [1986]

wonende te [adres]

die thans verblijft Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda.

Het verzoek is behandeld op 28 december 2010 in raadkamer en aldaar is

verdachte, bijgestaan door de raadsman, gehoord. Tevens is gehoord de officier

van justitie.

Ter beoordeling is of op basis van het thans samengestelde dossier uit feiten

of omstandigheden voldoende blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte.

Het bestaan van ernstige bezwaren in de zin van artikel 67, lid 3, Wetboek

van strafvordering houdt in dat waarschijnlijk moet zijn dat verdachte het

strafbare feit waarvoor hij in voorlopige hechtenis zit, heeft begaan.

Verdachte zit krachtens een bevel gevangenhouding van 26 oktober 2010 in

voorlopige hechtenis ter zake van verdenking van afpersing en diefstal met

geweld op 3 oktober 2010, in vereniging gepleegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte betrokkenheid bij genoemde feiten

ontkent. Door de slachtoffers van de gewapende overval zijn signalementen

gegeven van de daders en zij hebben informatie verstrekt over het accent

waarmee door een of meer daders zou zijn gesproken. De rechtbank stelt vast

dat aan de signalementen weinig betekenis kan toekomen aangezien de daders

tijdens de overval bivakmutsen droegen. Het accent waarmee is gesproken,is

door de slachtoffers benoemd als zijnde algemeen beschaafd Nederlands.

De medeverdachte [medeverdachte] heeft op 16 oktober 2010 bij de politie

(dossierpagina 481) over de derde persoon die bij de overval betrokken was,

verklaard dat deze persoon Moluks of Hindoestaans was en dat hij met een

accent sprak. Volgens de medeverdachte sprak de derde persoon negerachtig,

straattaal en was het accent opvallend. De derde persoon liep met een swagg

daarmee bedoelend dat hij stoerachtig liep. De verdenking is dat verdachte

deze derde persoon is geweest. De medeverdachte [medeverdachte] heeft op 17 oktober

2010 bij de politie (dossierpagina 485) over deze persoon verklaard dat hij

hem niet goed heeft kunnen zien omdat het donker was. Voorts is verklaard dat

het leek dat de betreffende persoon niet goed Nederlands kende.

Uit het dossier blijkt dat verdachte op 5 oktober 2010 bij een vestiging van

Albert Heijn in Vlissingen rolletjes muntgeld heeft willen wisselen. De

medewerkster die verdachte toen te woord heeft gestaan, heeft bij de politie

verklaard (dossierpagina 151) dat verdachte vloeiend/beschaafd Nederlands

sprak, zonder accent.

De rechtbank kan op basis van het voorgaande niet vaststellen dat verdachte

voldoet aan het door de medeverdachte [medeverdachte] gegeven signalement en de

overige door hem genoemde kenmerken.

Bij de overval zijn onder andere rolletjes muntgeld buit gemaakt. Deze zijn

niet onder verdachte in beslag genomen en de door verdachte bij een vestiging

van Albert Heijn aangeboden rolletjes muntgeld zijn niet traceerbaar

gebleken. Of het de bij de overval verkregen rolletjes muntgeld zijn geweest,

is dan ook niet vast te stellen.

-------------------------------------------------------------------------------

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de politie een verklaring heeft

gegeven voor het bezit van het muntgeld. Verdachte heeft ook een verklaring

gegeven voor het feit dat hij twee medeverdachten kent en hij tijdens zijn

aanhouding op 15 oktober 2010 in een auto zat met twee medeverdachten. De

rechtbank heeft onvoldoende aanleiding om de door verdachte gegeven

verklaringen als ongeloofwaardig af te doen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de tegen verdachte

gerezen verdenking niet het niveau heeft bereikt van ernstige bezwaren in de

hiervoor genoemde zin. Bij gebreke van ernstige bezwaren heft de rechtbank het

bevel tot voorlopige hechtenis op en beveelt zij de onmiddellijkeinvrijheidstelling.

Aldus gedaan te Middelburg op 28 december 2010

door mrs. G.H. Nomes, voorzitter, J.J.A.Groen, J.J. Jaspers, rechters,

in tegenwoordigheid van J.K. Joosse-Westerbeke, griffier.

Griffier, Voorzitter,