Bestuursprocesrecht

Uitspraak over 433 zaken vanwege niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve…

Rechtbank Midden-Nederland, 7 mei 2024

Zaakgegevens

Op 7 mei 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
7 mei 2024
Datum publicatie
7 mei 2024
Zaaknummer
11086227 e.v.
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2024:2836
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak over 433 zaken vanwege niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve beroepen tegen verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De rechtbank gaat in op de bevoegdheid van de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter en beoordeelt het procesbelang bij niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Zonder door de wetgever gegeven rechterlijke instrumenten is er geen ruimte om de Algemene wet bestuursrecht naar analogie toe te passen, waarbij wordt benadrukt dat dit geen oproep aan de wetgever is om hierin alsnog te voorzien. Vanwege het belang voor de rechtsontwikkeling bij dit oordeel is – ondanks de wijze van procederen door de gemachtigde – geen verder onderzoek gedaan naar misbruik van recht en naar het bereik van de volmacht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Kantonrechter

zaaknummers: zie de bijlage bij deze uitspraak


uitspraak van de meervoudige kamer van 7 mei 2024 in de zaken tussen

433 personen uit heel Nederland, eisers

(gemachtigde: mr. Y. el Mathari)

en

de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), verweerder

(gemachtigde: mr. E.M. Morsink).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers bij de rechtbank hebben ingesteld, omdat de officier van justitie niet tijdig zou hebben beslist op hun administratieve beroepen tegen de beschikkingen waarbij de officier van justitie een verkeersboete heeft opgelegd. Dit zijn zaken waarop de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van toepassing is.

2. Het grote aantal Wahv-zaken dat op behandeling door de rechter wacht en de rol van gemachtigden in die procedures staan in de maatschappelijke belangstelling. Deze uitspraak is niet alleen voor deze 433 zaken relevant, maar ook voor de rechtsontwikkeling in bredere zin.

3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het geen zin heeft om bij de rechter een procedure te voeren over niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Dat komt omdat de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing zijn in Wahv-zaken. Er is daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van de vraag of er op tijd is beslist.

4. De rechtbank gaat in de uitspraak ook in op de wijze waarop de professioneel gemachtigde van de eisers deze procedures voert.

Procesverloop

5. Vanaf medio maart 2024 heeft de gemachtigde een aantal keer een pakket met meerdere beroepen vanwege niet tijdig beslissen in Wahv-zaken naar de rechtbank gestuurd. In totaal zijn er ruim 500 beroepen ingesteld. De beroepen zijn rechtstreeks bij de rechtbank, team bestuursrecht, ingediend. Eisers vragen aan de rechtbank “de nodige maatregelen te treffen” en om de officier van justitie te veroordelen tot de “maximale dwangsom”.

6. De mogelijkheid om beroep in te stellen tegen niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan en de instrumenten die de bestuursrechter dan heeft, volgen uit de Awb. De vraag hoe die procedure zich principieel verhoudt tot Wahv-zaken is in de rechtspraak – voor zover de rechtbank kan nagaan – nog niet eerder beantwoord. Om die reden en omdat het om een groot aantal zaken gaat, zijn de zaken behandeld door een meervoudige kamer en is met voorrang een zitting gepland.

7. Op de administratie van de rechtbank zijn twee lijsten gemaakt van de ingestelde beroepen: een lijst met zaken waarbij de gedraging waarvoor de verkeersboete is opgelegd in het rechtsgebied van deze rechtbank heeft plaatsgevonden en een lijst met zaken waarbij de gedraging elders in Nederland heeft plaatsgevonden. Voor de zaken van de eerste lijst heeft de officier van justitie voor de zitting per zaak een standpunt ingenomen, dat in veel gevallen luidt dat er wel degelijk en tijdig een beslissing op het administratief beroep is genomen. Dat geldt ook voor een deel van de zaken van de tweede lijst. Voor de overige zaken van die lijst heeft de officier van justitie verzocht om op een later moment een standpunt in te kunnen nemen en om aanhouding gevraagd.

8. In reactie hierop heeft de gemachtigde van eisers een dag voor de zitting ruim 60 beroepen van de eerste lijst ingetrokken.

9. De beroepen zijn op 23 april 2024 op een zitting behandeld. Geen van de eisers was aanwezig; zij hebben zich laten vertegenwoordigen door [A] , de kantoorgenoot van hun gemachtigde. Verder was de gemachtigde van de officier van justitie aanwezig.

10. Op de zitting heeft de gemachtigde nog een aantal beroepen van de eerste lijst ingetrokken. Na de zitting zijn de twee lijsten opgeschoond omdat enkele zaken dubbel waren geteld. De rechtbank doet nu uitspraak op de resterende 433 beroepen, waarvan de zaaknummers in de bijlage bij deze uitspraak staan. Gelet op de hierna te bespreken uitkomst in deze zaken heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en de officier van justitie de gelegenheid te geven om nadere standpunten in te nemen.

Overwegingen over de bevoegdheid van de rechtbank

In Wahv-zaken staat beroep open bij niet tijdig beslissen

11. Op grond van de Wahv kan een administratieve sanctie (een verkeersboete) worden opgelegd, waartegen administratief beroep open staat bij de officier van justitie. Dit soort zaken vallen onder het bestuursrecht. Zowel de administratieve sanctie als de beslissing op het administratief beroep zijn besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

12. Bij de bestuursrechter kun je in beroep gaan tegen besluiten, maar ook bij het niet tijdig nemen van besluiten. Dat volgt uit artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb. Deze bepaling is in de Wahv niet uitgezonderd. Dit betekent dat er beroep open staat bij de bestuursrechter, als de officier van justitie niet tijdig een beslissing neemt op een administratief beroep in een Wahv-zaak.

De kantonrechter is de bevoegde bestuursrechter

13. Om vast te stellen welke rechtsgang openstaat tegen het niet tijdig nemen van een besluit, moet worden gekeken naar de mogelijkheden die zouden openstaan, als een reëel besluit zou zijn genomen. Dat volgt uit de parlementaire geschiedenis van de Awb. In deze zaken moet dus gekeken worden naar de rechtsgang die voor eisers zou open staan, als de officier van justitie een beslissing op hun administratieve beroepen zou hebben genomen.

14. Tegen de beslissing op een administratief beroep in een Wahv-zaak staat beroep open bij de kantonrechter van de rechtbank, die daartoe als bestuursrechter wordt aangemerkt. Dat volgt uit artikel 9 van de Wahv, in samenhang met artikel 1:4, derde lid, van de Awb. De kantonrechter is daarom als bijzondere bestuursrechter ook bevoegd bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een administratief beroep in een Wahv-zaak.

15. Eisers hebben hun beroepen ingesteld bij de algemene bestuursrechter van de rechtbank. Uit de rechtspraak volgt dat de rechtbank ambtshalve moet beoordelen of de algemene of een bijzondere bestuursrechter van de rechtbank bevoegd is, of dat de bestuursrechter in het geheel niet bevoegd is. Gelet hierop zijn de beroepen in behandeling genomen door de kantonrechter, als bijzondere bestuursrechter van de rechtbank.

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland is bevoegd

16. De volgende vraag is of de kantonrechter van déze rechtbank bevoegd is. In Wahv-zaken moet daarbij ofwel gekeken worden of de gedraging waarover de verkeersboete gaat, is verricht in het rechtsgebied van de rechtbank, ofwel of de betrokkene in dat rechtsgebied woont. Dat volgt uit artikel 10 van de Wahv en geldt ook voor beroepen tegen niet tijdig beslissen.

17. Deze rechtbank is in ieder geval voor een deel van de zaken bevoegd: het gaat om de 3 resterende zaken van de eerste lijst, waarbij de gedraging in dit rechtsgebied is gepleegd en om de zaken van de tweede lijst waarbij de eisers in dit rechtsgebied wonen.

18. Er zijn ook zaken van de tweede lijst waarvoor deze rechtbank niet bevoegd is, omdat de eisers buiten het rechtsgebied wonen en de gedraging ook niet daarbinnen is gepleegd. De rechtbank zal deze zaken desondanks behandelen. Beide partijen hebben op de zitting nadrukkelijk gevraagd om dat te doen en het is uit het oogpunt van proceseconomie niet wenselijk om een deel van de zaken alsnog door te sturen naar andere rechtbanken. De rechtbank heeft daarbij meegewogen dat alle zaken door dezelfde gemachtigde zijn aangebracht en dat het steeds om dezelfde rechtsvraag gaat.

Eisers mochten zich direct tot de rechtbank richten

19. De Wahv kent een bijzondere regeling voor het instellen van een beroep: dat moet niet bij de kantonrechter zelf worden ingediend, maar bij de officier van justitie die op het administratief beroep heeft beslist. De officier van justitie brengt het beroepschrift vervolgens ter kennis van de bevoegde rechtbank. Dit volgt uit artikel 9, eerste lid, en artikel 10 van de Wahv.

20. De rechtbank oordeelt dat eisers in deze zaken niet kan worden tegengeworpen dat zij de beroepen direct bij de rechtbank hebben ingediend. Daarvoor zijn drie redenen. In de eerste plaats vindt de rechtbank het bezwaarlijk dat van iemand die klaagt over het stilzitten van een bestuursorgaan, een daartegen gericht rechtsmiddel bij datzelfde bestuursorgaan zou moeten instellen. Daarmee zou diegene immers afhankelijk zijn van de voortvarendheid waarmee de officier van justitie het beroep aan de rechtbank doorgeleidt, terwijl het geschil juist gaat over het gebrek aan voortvarend handelen. In de tweede plaats blijkt uit de parlementaire geschiedenis dat deze regeling uit de Wahv een procedurele achtergrond heeft, vanuit de gedachte dat bepaalde administratieve handelingen rondom een ingesteld beroep eenvoudiger en efficiënter door het parket van de officier van justitie kunnen worden verricht. Die handelingen zijn in procedures over niet tijdig beslissen niet aan de orde. In de derde plaats zou een strikte toepassing van de Wahv voor de nu ingestelde beroepen tot onnodige formalisering leiden. Een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is immers niet aan een termijn gebonden, op grond van artikel 6:12, eerste lid, van de Awb. Als de rechtbank de beroepen nu niet in behandeling zou nemen, kunnen eisers hun beroepen op ieder moment alsnog of opnieuw bij de officier van justitie instellen, waarna die ze opnieuw ter kennis van de rechtbank zou moeten brengen. Hetzelfde zou gelden als de rechtbank de beroepen door zou sturen naar het parket van de officier van justitie. Daar is niemand bij gebaat.

Overwegingen over niet tijdig beslissen in Wahv-zaken

Beslistermijn voor administratief beroep en bestuurlijke dwangsom

21. De officier van justitie moet binnen zestien weken beslissen op een administratief beroep tegen een op grond van de Wahv opgelegde een administratieve sanctie. Die periode kan met tien weken worden verlengd. Dat volgt uit artikel 7:24, eerste en vierde lid, van de Awb.

22. Een administratief beroep geldt als een aanvraag om een besluit te nemen, in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Als de officier van justitie niet tijdig op een administratief beroep beslist, verbeurt hij aan de indiener een dwangsom voor ten hoogste 42 dagen. De maximale dwangsom bedraagt € 1.442,-. De officier van justitie is pas een dwangsom verschuldigd nadat eerst een schriftelijke ingebrekestelling is verstuurd en er twee weken zijn verstreken. Dit volgt uit artikel 4:17, eerste tot en met derde lid, van de Awb.

23. De officier van justitie moet een dwangsom vanwege niet tijdig beslissen zelf vaststellen in een beschikking, binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Dat volgt uit artikel 4:18 van de Awb.

De wetgever geeft de rechter geen mogelijkheden voor niet tijdig beslissen in Wahv-zaken

24. In Wahv-zaken zijn van de Awb de algemene bepalingen over besluiten (hoofdstuk 3), de bijzondere bepalingen over besluiten (hoofdstuk 4), de algemene bepalingen over bezwaar en beroep (hoofdstuk 6) en de bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep (hoofdstuk 7) – met een enkele uitzondering – onverkort van toepassing. De Wahv kent verder eigen procesregels voor de beroepsprocedure bij de kantonrechter, die staan in hoofdstuk V van de Wahv. De algemene procesregels van een procedure bij de bestuursrechter uit hoofdstuk 8 van de Awb zijn integraal en expliciet uitgezonderd. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, laatste volzin, van de Wahv. De uitspraakmogelijkheden die de kantonrechter heeft, zijn het ontvankelijk of niet-ontvankelijk verklaren en het (gedeeltelijk) gegrond of ongegrond verklaren van het beroep. Bij het (gedeeltelijk) gegrond verklaren, vernietigt of wijzigt de kantonrechter dan de bestreden beslissing. Dit volgt uit artikel 13, eerste lid, van de Wahv.

25. De Wahv zelf geeft niet de uitspraakmogelijkheden die de algemene bestuursrechter in hoofdstuk 8 van de Awb wel heeft. Voor reguliere Awb-beroepen is dat in aanvulling op de hiervoor genoemde afdoeningsopties bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij een gegrond beroep een opdracht te geven aan het bestuursorgaan en daarbij te bepalen dat het bestuursorgaan een (rechterlijke) dwangsom verbeurt als daaraan niet wordt voldaan. Dat volgt uit artikel 8:72, vierde en zesde lid, van de Awb. Voor beroepen tegen niet tijdig beslissen biedt artikel 8:55d van de Awb de algemene bestuursrechter bovendien de specifieke mogelijkheid om het bestuursorgaan een opdracht te geven om alsnog een besluit bekend te maken, om daaraan een (rechterlijke) dwangsom te verbinden of om in bijzondere gevallen een andere voorziening te treffen. Al deze instrumenten staan in hoofdstuk 8 van de Awb maar zijn dus uitgezonderd in Wahv-zaken, op grond van artikel 9, eerste lid, laatste volzin van die wet.

26. Artikel 8:55d is met afdeling 8.2.4a aan de Awb toegevoegd met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, die op 1 oktober 2009 in werking is getreden. De specifieke procedure uit de Wahv voor beroep bij de kantonrechter bestond toen al, terwijl de wetgever met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen aan de Wahv niets heeft gewijzigd. De integrale uitzondering in de Wahv van hoofdstuk 8 van de Awb is toen dus blijven bestaan. Uit de parlementaire geschiedenis is niet af te leiden wat de wetgever voor ogen heeft gehad bij de verhouding tussen de gewijzigde procedure bij niet tijdig beslissen en de ongewijzigde procedure in Wahv-zaken. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar. Aan de ene kant zijn er argumenten die pleiten vóór het kunnen toepassen van de instrumenten uit artikel 8:55d van de Awb. Een procedure vanwege niet tijdig beslissen heeft immers weinig zin zonder de mogelijkheid om een opdracht te geven om alsnog een besluit te nemen en daaraan als prikkel een rechterlijke dwangsom te verbinden. Er zijn echter ook tegenargumenten: namelijk het geringe (geldelijke) belang in dit soort zaken en de enorme hoeveelheid van die zaken waarop de officier van justitie moet beslissen. Ten slotte is het bij het ontbreken van een toelichting de vraag of de wetgever deze argumenten voor en tegen überhaupt heeft afgewogen.

De rechtbank mag ook geen bestuurlijke dwangsommen vaststellen

27. Eisers willen (ook) dat de rechtbank vaststelt dat de officier van justitie een dwangsom heeft verbeurd vanwege het niet tijdig beslissen. Dat is de (bestuurlijke) dwangsom die in overweging 22 is beschreven. De Wahv geeft de rechtbank echter geen mogelijkheden om een dergelijke dwangsom vast te stellen. Die mogelijkheid is er voor de algemene bestuursrechter wel op grond van artikel 8:55c van de Awb: op verzoek stelt de rechter de bestuurlijke dwangsom dan vast. Dat is een bijkomende beslissing bij de hoofdbeslissing op grond van artikel 8:55d.

28. De rechtbank wijst er voor de volledigheid op dat de eisers hiermee geen rechtsbescherming wordt ontnomen. De officier van justitie moet zelf een dwangsombeschikking nemen en doet dat in de praktijk in de beslissing op het administratief beroep. In het beroep tegen dat besluit kan bij de rechter niet alleen geklaagd worden over de verkeersboete, maar ook over (het ontbreken van) de vaststelling van de bestuurlijke dwangsom.

Toepassen van buitenwettelijke instrumenten is te verstrekkend

29. Zonder door de wetgever aan de rechter gegeven mogelijkheden, ziet de rechtbank geen ruimte om artikel 8:55d of artikel 8:55c van de Awb naar analogie toe te passen in Wahv-zaken. Daarvoor zijn de met deze bepalingen gegeven deze instrumenten naar hun aard te verstrekkend. De rechtbank oordeelt dan ook dat zij bij een beroep tegen niet tijdig beslissen in een Wahv-zaak gebonden is aan de (uitspraak)mogelijkheden die hoofdstuk V van die wet haar geeft.

30. De rechtbank benadrukt dat dit géén oproep aan de wetgever is om alsnog te regelen dat de rechter in Wahv-zaken (meer) mogelijkheden krijgt bij niet tijdig beslissen, bijvoorbeeld door afdeling 8.2.4a van de Awb in die zaken van toepassing te verklaren. Het is aan de wetgever om hierover desgewenst een nadere afweging te maken, maar het is goed om in dat kader mee te geven dat de rechtbank een enorme hoeveelheid inhoudelijke Wahv-beroepen heeft, waarin al wel een beslissing door de officier van justitie is genomen. Mensen die het met zo’n beslissing over hun verkeersboete niet eens zijn, moeten nu al lang op een behandeling van hun zaak door de rechter wachten. Bij de rechtbank Midden-Nederland gaat het om duizenden zaken en er komen per jaar meer Wahv-beroepen binnen dan de rechtbank jaarlijks kan behandelen. Het is daarom de vraag of het openstellen van de rechterlijke instrumenten voor niet tijdig beslissen in Wahv-zaken daadwerkelijk tot een versnelling zou leiden. Dit vergt een afweging over de prioritering van de inzet van schaarse rechterlijke capaciteit.

Rechtbank volgt gerechtshof niet

31. De rechtbank is bekend met het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:3508), over een procedure bij niet tijdig beslissen in een Wahv-zaak. Daarin heeft het gerechtshof een opdracht gegeven de beslissing op het administratief beroep bekend te maken en is de bestuurlijke dwangsom door de rechter vastgesteld. In dit arrest is echter niet gemotiveerd ingegaan op de grondslag van de bevoegdheid van de rechter voor deze wijze van afdoening. In het licht van het voorgaande ziet de rechtbank hiervoor geen ruimte.

Beslissing van de rechtbank in de 433 zaken

32. Als iemand terecht beroep instelt tegen niet tijdig beslissen, is de enige mogelijke uitkomst – gelet op het hiervoor gegeven oordeel – dat de rechtbank dat beroep gegrond verklaart en dat zij het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigt. Die uitkomst is in feite niet meer dan een vaststelling van het feit dat er te laat is beslist, maar dat brengt iemand niet in een andere rechtspositie ten opzichte van de officier van justitie. Zonder opdracht van de rechtbank aan de officier van justitie – en die opdracht mag de rechtbank dus niet geven doordat hoofdstuk 8 van de Awb is uitgesloten – werkt een dergelijke uitspraak in juridische zin niet versnellend voor de afdoening van de administratieve beroepen. Een uitspraak op een beroep tegen niet tijdig beslissen in een Wahv-zaak is dan niet meer dan een symbolische verklaring voor recht. Iemand kan echter alleen bij de bestuursrechter terecht als diegene een resultaat met feitelijke betekenis kan bereiken. Dat wordt aangeduid als het procesbelang.

33. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat eisers geen reëel belang hebben bij de uitkomst van deze procedures. Het procesbelang bij hun beroepen ontbreekt. De rechtbank zal de beroepen daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat niet inhoudelijk wordt beoordeeld of de officier van justitie te laat is met zijn beslissing.

34. De officier van justitie hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Procesbeslissing voor de zaken waarin de officier van justitie inmiddels heeft beslist

35. Als er inmiddels alsnog inhoudelijke beslissingen op administratieve beroepen zijn genomen waar een van de eisers het niet mee eens is, dan moet hij of zij daartegen separaat beroep instellen bij het parket van de officier van justitie. Die zal dat beroep dan naar de rechtbank sturen, waarna de zaak op een reguliere Wahv-zitting wordt gepland. De rechtbank legt de verantwoordelijkheid voor het instellen van beroep tegen een inhoudelijke beslissing dus bij (de gemachtigde van) de eisers.

36. De rechtbank is zich ervan bewust dat dit afwijkt van wat de wet voorschrijft. Als er al een procedure vanwege niet tijdig beslissen loopt, heeft dat beroep van rechtswege namelijk ook betrekking op een alsnog genomen inhoudelijk besluit. Dat volgt uit artikel 6:20, derde lid, van de Awb. Vanwege de hoeveelheid zaken die de gemachtigde van eisers heeft aangebracht en de wijze waarop hij dat heeft gedaan (zie hierna), is op dit moment niet duidelijk in welke zaken de gemachtigde verder wil procederen over de verkeersboete. De rechtbank vindt het niet wenselijk om deze uitspraak over niet tijdig beslissen daarop te laten wachten.

Nadere overwegingen over de gemachtigde

37. Vanwege de rechtsontwikkeling vond de rechtbank het belangrijk om de rechtsvraag over niet tijdig beslissen in Wahv-zaken te beantwoorden. Om die reden heeft de rechtbank geen nader onderzoek gedaan naar de manier waarop de gemachtigde procedeert of naar zijn bevoegdheid tot procederen. Met het oog op de procesvoering van (het kantoor van) de gemachtigde van eisers wil de rechtbank in dat kader wel het volgende meegeven.

De wijze waarop de gemachtigde van eisers procedeert

38. De rechtbank heeft moeite met de wijze waarop de gemachtigde deze procedures voert. Van een professioneel gemachtigde mag verwacht worden dat deze een deugdelijke beoordeling van zijn zaken maakt. Het heeft er echter alle schijn van dat de gemachtigde zonder vooraf enige selectie te maken een groot aantal procedures is gestart, simpelweg door ze over de schutting van de rechtbank te gooien. Dat blijkt ook uit de omstandigheid dat een groot deel van de zaken net zo gemakkelijk weer werd ingetrokken, toen bleek dat in die zaken wel degelijk al een beslissing op het administratief beroep is genomen. Er zijn ruim 500 zaken aangebracht waarvan nu vastgesteld kan worden dat veelal vóór het instellen van beroep bij de rechtbank al een beslissing genomen was of inmiddels een beslissing genomen is. Dat de gemachtigde in al die zaken niet op de hoogte zou zijn van die beslissingen vanwege problemen met de verzending vindt de rechtbank niet erg aannemelijk. Door deze manier van procederen, wordt de administratie van de rechtbank én die van het parket van de officier van justitie met veel onnodig werk opgezadeld, want iedere zaak moet met gegevens worden geregistreerd, aan iedere individuele zaak moet een zaaknummer worden toegekend en er moet een procesdossier worden aangemaakt. Het is niet zo dat de rechtbank ingeschakeld kan worden voor werk dat door de gemachtigde zelf gedaan moet worden.

39. Het voorgaande zou zonder meer aanleiding zijn om te oordelen over de vraag of de gemachtigde op deze manier de behoorlijke rechtsbedeling in gevaar brengt, wat in de rechtspraak een ernstig bezwaar oplevert op grond waarvan de bestuursrechter de bijstand door diegene kan weigeren. Het gedrag van de gemachtigde geeft ook reden om te onderzoeken of het rechtsmiddel van beroep bij niet tijdig beslissen evident is gebruikt zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Dat wordt in de rechtspraak van de bestuursrechter aangemerkt als zwaarwichtige grond om misbruik van procesrecht aan te nemen.

De machtiging van My Legal Consultancy

40. De Wahv voorziet niet in een regeling voor het instellen van beroep door een gemachtigde. In de rechtspraak wordt artikel 8:24, tweede lid, van de Awb daartoe naar analogie toegepast. Daaruit volgt dat de rechtbank van een gemachtigde een toereikende schriftelijke machtiging mag verlangen en dat de gemachtigde de kans moet krijgen om het ontbreken daarvan te herstellen.

41. De beroepen zijn ingesteld door de gemachtigde, die werkt voor My Legal Consultancy B.V. De rechtbank beschikt niet over de procesdossiers van de administratieve beroepen, maar op de zitting heeft de gemachtigde van de officier van justitie een voorbeeld verstrekt van de machtiging die de eisers in deze zaken hebben ondertekend.

42. De verstrekte machtiging is door een eiser verleend aan het bedrijf Bonnetje B.V. en heeft betrekking op “het voeren van verweer” tegen de verkeersboete met het in de machtiging aangeduide nummer. Bonnetje B.V. machtigt op haar beurt vervolgens My Legal Consultancy B.V. om “rechtshandelingen te verrichten inzake alle procedures betreft juridische zaken”, waarmee alle rechtshandelingen worden bedoeld die “gevolmachtigde noodzakelijk lijken om een positief resultaat te bereiken”.

43. De rechtbank vindt dat deze wijze van doormachtigen vragen oproept en zonder verdere uitleg ontoereikend is voor deze procedures over niet tijdig beslissen. De eisers hebben Bonnetje gemachtigd om verweer te voeren tegen hun verkeersboetes. Een procedure vanwege niet tijdig beslissen is iets anders dan het voeren van verweer tegen de verkeersboete. De doormachtiging van Bonnetje aan My Legal Consultancy is dan ook veel ruimer dan de machtiging die eisers aan Bonnetje hebben gegeven. Op de zitting heeft de kantoorgenoot van eisers gemachtigde toegelicht dat de eisers niet actief benaderd zijn om hen te informeren over deze procedures vanwege niet tijdig beslissen. De rechtbank vraagt zich dan ook af het wel de bedoeling was van de eisers om deze procedures te voeren.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzitter, en mr. J.O Zuurmond en mr. G. Schnitzler, leden, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2024.

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Bijlage: overzicht zaaknummers

Zaken waarbij de gedraging waarvoor de verkeersboete is opgelegd in het arrondissement Midden-Nederland heeft plaatsgevonden

Zaaknummer

CJIB-nummer

11086227

256983433

11086969

257344922

11086971

257388241

Overige zaken

Zaaknummer

CJIB-nummer

Zaaknummer

CJIB-nummer

11086153

256895691

11085882

256978647

11086163

256838903

11086003

256861384

11086166

256908140

11086019

256875368

11086170

256902747

11086024

256504875

11086172

256897223

11086029

256973864

11086176

256871405

11086043

256518071

11086183

256861859

11086047

257204964

11086187

256917536

11086053

256418923

11086191

256905744

11086106

256406337

11086194

257043687

11086111

256919679

11086196

260582569

11086128

256916419

11086197

256991821

11086134

256864261

11086202

257074743

11086136

256910311

11086207

256828505

11086140

256516787

11081078

256048542

11086145

256838964

11081103

257176962

11079202

257143294

11081113

257244542

11079209

257101972

11081148

257178042

11079246

257141985

11081222

257143634

11079254

257138067

11081480

257205405

11079262

257147251

11081503

254349868

11079272

257875496

11081541

257202399

11079284

257145210

11085704

256514491

11079321

257146409

11085713

257205297

11079357

257314654

11085722

256794066

11079381

257075028

11085729

257237820

11079885

257487341

11085732

257247759

11079938

257143104

11085741

257250613

11079965

257205263

Zaaknummer

CJIB-nummer

Zaaknummer

CJIB-nummer

11082865

256837571

11083787

257487089

11082888

256879502

11083792

257141941

11082942

256838912

11083799

257205402

11082949

256875870

11083808

257074903

11082957

256793991

11083817

257039527

11082968

259876301

11083851

257091553

11079104

257247826

11083868

257090007

11079120

257133771

11083875

256978535

11079154

257486674

11083883

257102025

11079167

257134357

11083888

256982944

11083518

256793131

11083899

256980211

11083532

256864885

11083906

256979195

11083536

256863835

11083918

257254227

11083544

256869177

11084057

257009656

11083549

256836870

11084063

256980929

11083556

257102155

11084125

256917097

11083563

256982831

11084136

256934189

11083571

257059457

11084144

256934749

11083575

257021071

11084150

256918843

11083583

257040266

11084158

256974023

11083590

257106697

11084166

256914616

11083598

256977989

11084172

256914203

11083603

256982806

11084179

256973435

11083608

256980998

11084186

256974288

11083615

256978393

11084193

256937395

11083622

256977521

11084199

256940278

11083630

256981504

11084205

256989028

11083635

256983629

11084212

256981577

11083641

256981031

11084215

256944795

11083652

257255273

11084223

256981003

11083659

256918927

11084234

257040144

11083666

257176726

11084237

257040504

11083743

257233255

11084242

257066754

11083749

257247353

11084725

257571516

11083752

257231550

11084731

257316804

11083761

257246518

11084737

257470160

11083764

257254346

11084766

257502869

11083772

257247355

11084770

257738046

11083778

257204374

11084774

257468212

Zaaknummer

CJIB-nummer

Zaaknummer

CJIB-nummer

11084783

257430416

11085484

257474801

11084786

257205411

11085492

257509522

11084792

257430725

11085526

257499900

11084797

257424945

11085531

257444148

11084807

257401804

11085547

257451034

11084831

257651593

11085552

257437661

11084840

257437414

11085557

257509708

11084846

257437709

11085561

257489525

11084855

257471647

11085576

257514666

11084865

257437303

11085597

257514344

11084877

257428908

11085606

257499378

11084885

257465938

11085612

257489889

11084898

257421962

11085617

257963906

11084903

257421846

11085628

257275311

11084910

257425397

11085638

257221771

11084916

257591777

11085647

257296165

11084964

257619080

11085654

257276120

11084988

257502661

11085660

257671641

11085036

257516345

11085665

257317119

11085084

257486719

11085671

257333576

11085091

257511723

11085686

257303576

11085108

257508495

11085696

257302173

11085124

257526844

11085725

257302829

11085140

257557440

11085730

257315095

11085154

257535315

11085814

256302375

11085157

257554519

11085826

256360558

11085165

257526075

11085834

257244522

11085173

257486779

11085842

257246023

11085195

257488088

11085865

257266398

11085380

257463317

11085873

257244798

11085391

257450819

11085878

257246545

11085396

257448615

11085885

257251052

11085410

257444303

11085891

257248471

11085420

257465584

11085896

257247211

11085431

257461737

11085917

258103505

11085443

257449751

11085922

257316285

11085450

257458352

11085930

257275124

11085468

257444094

11085934

257275387

11085479

257443282

11085959

257276646

Zaaknummer

CJIB-nummer

Zaaknummer

CJIB-nummer

11084189

257307422

11084433

257313819

11084197

257303553

11084438

257315199

11084200

257314662

11077735

257825502

11084206

257338216

11077763

257821668

11084213

257317954

11077781

257805372

11084219

257302738

11077796

257799684

11084225

257277028

11077812

258076728

11084230

257308706

11077822

257769596

11084252

257314088

11077830

257766633

11084273

257316771

11077852

257795376

11084299

257444220

11077920

258001923

11084322

257496125

11077933

257794228

11084326

259034386

11077941

257794436

11084338

257327610

11077961

257307266

11084348

257366160

11078053

257776244

11084359

257352620

11078082

257727782

11084363

257310368

11078092

258668585

11084366

257619801

11078107

258372619

11084379

257376956

11078128

257738358

11077325

257846327

11078146

258668111

11077333

257881587

11078155

257648178

11077362

250704163

11078182

258667732

11077379

257843761

11078221

258411063

11077393

257839382

11078234

257701844

11077420

257843834

11078244

257739108

11077430

257843423

11077328

256916430

11077464

257847810

11077384

256915340

11077570

257860687

11077419

256915342

11077580

258516568

11077466

256904244

11077586

257852536

11077483

256982935

11077596

258543488

11077504

256977436

11077604

258076133

11077528

256978670

11077614

258474818

11077543

256982780

11077632

257827537

11077564

256976550

11077685

257828465

11077701

256981670

11077698

257814948

11077715

257039180

11077702

257802588

11077736

256980990

11077708

257797175

11077753

256981110

11084428

257312699

11077789

256976850

Zaaknummer

CJIB-nummer

Zaaknummer

CJIB-nummer

11077820

256981080

11082428

257594468

11077833

257204364

11082437

257571479

11077848

257205878

11082461

257844286

11077960

256977440

11082470

257570292

11077975

257176534

11082475

257570447

11078033

257189569

11082481

257570448

11078064

256979970

11082484

257631513

11078093

256971422

11082503

257592946

11078142

256981608

11082520

257624045

11078159

256977316

11082535

257604661

11078195

256979769

11082548

257601624

11078212

256974791

11082671

257628579

11078237

257215704

11082688

258242918

11078271

257738511

11082693

257604508

11078288

257945892

11082817

257576214

11078299

257737652

11082826

257577359

11078314

257703206

11082843

257599086

11078421

257722717

11082866

257584378

11078445

257702711

11082875

257597952

11078459

257701458

11082884

257578030

11078476

257648507

11082894

257568784

11078491

257648615

11082915

257570397

11078512

257279564

11082922

257589440

11078532

257945135

11082926

257401538

11078594

258380763

11082941

257585980

11078705

257571141

11082946

257598027

11078721

257595497

11082952

257574404

11078749

257572186

11082960

257598113

11081509

257589117

11082969

257572641

11081514

257857921

11082974

257589298

11081524

257592767

11082987

257828200

11078417

257101631

11082997

257842531

11078457

256939438

11083009

257549129

11078492

257074824

11083018

257551433

11078558

257173196

11083024

257531153

11078603

257077948

11083031

257768490

11078655

257101907

11083041

257634443

11078683

257141604

11083203

257659581

11078845

257830318

11083285

256073953

Zaaknummer

CJIB-nummer

Zaaknummer

CJIB-nummer

11083292

257633379

11083972

257417613

11083313

257684228

11083978

257353046

11083329

257646697

11083987

257359026

11083334

257649666

11083994

257361391

11083341

257651250

11084002

257316391

11083345

257651164

11084005

257391959

11083351

257694198

11084016

257413160

11083358

257650436

11084025

257446687

11083396

257649762

11084033

257393863

11083418

257649504

11084061

257393755

11083423

257687981

11084066

257356514

11083430

257683096

11084070

257350790

11083446

258438777

11084078

257350194

11083455

257842013

11084082

257400006

11083462

257609054

11084089

257416479

11083469

257604248

11084100

257417635

11083717

257603642

11084130

257390633

11083756

257604582

11084138

257468114

11083783

257604567

11084148

257464344

11083794

257603430

11084165

257462596

11083801

257604170

11084170

257477211

11083806

257623366

11084178

257506549

11083815

257622899

11084184

257515020

11083843

257630425

11083873

257630821

11083882

256404474

11083898

257336134

11083909

257280612

11083914

257420969

11083922

257309590

11083925

257279093

11083929

257309096

11083935

257318226

11083939

257317210

11083943

257309798

11083948

257319726

11083955

257313612

11083960

257406483

11083968

257394150

Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, p. 119-120. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0722. Kamerstukken II 1995/96, 23 689, nr. 6, p. 10. Zie het arrest van de Hoge Raad van 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1730. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2321. Zie bijvoorbeeld het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10521.