Bestuursprocesrecht

Verweerder heeft een nieuw besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding…

Rechtbank Midden-Nederland, 2 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 augustus 2023
Datum publicatie
4 augustus 2023
Zaaknummer
UTR 23/1658
Procedure
Proceskostenveroordeling
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:4091
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verweerder heeft een nieuw besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/1658

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

(gemachtigde: mr. W. Kort),

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Op 31 maart 2023 heeft verweerder een besluit genomen. Daartegen heeft verzoeker op 18 april 2023 beroep ingesteld. Op 7 juni 2023 heeft verweerder een nieuw besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op

€ 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen

(artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten van € 837,- toe;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan verzoeker te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.C. Hak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2023.

De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.