Bestuursrecht overig
Verzet gegrond, niet kennelijk genoeg.
Rechtbank Midden-Nederland, 14 maart 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:1672 · Rechtbank Midden-Nederland · 14 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-rbmne-2023-1672
Zaakgegevens
Op 14 maart 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 14 maart 2023
- Datum publicatie
- 11 april 2023
- Zaaknummer
- UTR 22/1900-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1672
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond, niet kennelijk genoeg.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1900-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2023 op het verzet van
[opposante] , te [woonplaats] , opposante,
(gemachtigde: mr. G. Gabrelian).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) van 16 maart 2022. In dit besluit heeft DUO het verzoek van opposante om studiefinanciering voor de periode oktober 2022 tot en met december 2022 afgewezen.
Bij brief van 13 juli 2022 heeft DUO aan opposante medegedeeld dat aan haar studiefinanciering wordt toegekend voor de maanden oktober 2022 tot en met december 2022.
Naar aanleiding hiervan heeft opposante haar beroep ingetrokken met het verzoek om DUO te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
In de uitspraak van 15 december 2022 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 15 december 2022 het verzoek om vergoeding van de proceskosten afgewezen, omdat er geen sprake van is dat DUO geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan eiseres, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). DUO heeft namelijk uitsluitend op basis van nieuwe documenten het verzoek alsnog toegekend.
Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Awb.
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar verzoek. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 15 december 2022 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 15 december 2022 niet juist. Opposante geeft hiervoor (samengevat) de volgende redenen: Volgens opposante is DUO weliswaar op basis van nieuwe stukken tot herziening gekomen, echter deze stukken waren in een eerder stadium nog niet beschikbaar voor opposante. Verweerder heeft het verzoek van opposante afgewezen op basis van het ontbreken van documenten die op dat moment nog niet in te dienen waren. Dit maakt het besluit van 16 maart 2022 onrechtmatig. Daarom stelt opposante wel recht te hebben op vergoeding van de proceskosten. Hierbij wordt verwezen naar een aantal uitspraken.
4. Gelet op dat wat opposante aanvoert in haar verzetschrift is de rechtbank van oordeel dat het verzoek niet kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, afgedaan had mogen worden. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 15 december 2022 vervalt. Het verzoek wordt nu verder behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposante krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposante gelijk zal geven met haar verzoek. Dat moet nog worden beoordeeld.
5. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten van opposante met betrekking tot het verzet. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het verzoek om vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2023.
de griffier is verhinderd om de
uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: