Bestuursrecht overig
Usp buiten zitting. Vovo geen connexxiteit, geen bezwaar- of beroepsprocedure.
Rechtbank Midden-Nederland, 4 maart 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:2091 · Rechtbank Midden-Nederland · 4 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2015-2091
Zaakgegevens
Op 4 maart 2015 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 maart 2015
- Datum publicatie
- 27 maart 2015
- Zaaknummer
- 15-1216
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2015:2091
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Usp buiten zitting. Vovo geen connexxiteit, geen bezwaar- of beroepsprocedure.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 15/1216
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2015 in de zaak van
[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster
(gemachtigde: M.M. van Rijn-Pfeiffer),
en
het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Wijdemeren, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op 27 februari 2015 verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verweerder zal beslissen op haar aanvraag op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van
30 december 2014.
Het verzoekschrift is door de rechtbank Amsterdam op 3 maart 2015 doorgestuurd naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, omdat deze rechtbank bevoegd is het verzoek te behandelen.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft meegedeeld dat het in gebreke is.
3. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster geen beroep heeft ingesteld tegen het door verweerder niet tijdig nemen van een besluit op de, door verzoekster gestelde, aanvraag van 30 december 2014. Ingevolge artikel 4:13, eerste lid, van de Awb – voor zover hier van belang – dient binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn na ontvangst van de aanvraag een beschikking te worden gegeven. Deze beslistermijn is op grond van artikel 2.3.5, tweede lid, van de Wmo bepaald op twee weken na ontvangst van de aanvraag. Na het verstrijken van deze termijn kan aan verweerder een ingebrekestelling worden verstuurd, waarna twee weken dient te worden gewacht alvorens een beroep zoals hiervoor bedoeld kan worden ingesteld.
Ook anderszins is niet gebleken van een bezwaar- of (administratief) beroepsprocedure waar dit verzoek betrekking op heeft. Het voorgaande betekent dat de vereiste connexiteit ontbreekt, en het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom doet de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder onderzoek ter zitting.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Falkmann, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.C. Volkers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
4 maart 2015.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.