Bestuursrecht overig
Vovo niet-ontvankelijk want niet connex met een bezwaarprocedure of administratief beroep of beroepsprocedure.
Rechtbank Midden-Nederland, 26 april 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:2413 · Rechtbank Midden-Nederland · 26 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2021-2413
Zaakgegevens
Op 26 april 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 april 2021
- Datum publicatie
- 8 juni 2021
- Zaaknummer
- UTR 21/1278
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2413
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo niet-ontvankelijk want niet connex met een bezwaarprocedure of administratief beroep of beroepsprocedure.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1278
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster.
en
de Minister voor Medische Zorg, verweerder(gemachtigde: mr. S.J.D. Eillyas).
Procesverloop
In het besluit van 17 maart 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de opgelegde schorsing van de inschrijving als voorlopige voorziening in het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) per 15 februari 2021 aangetekend voor het beroep van eiseres als verpleegkundige.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In het verzoek om voorlopige voorziening verwijst verzoekster naar het primaire besluit. De voorzieningenrechter stelt vast dat tegen dat besluit geen bezwaar- of administratief-beroepsprocedure loopt. Dat is wel noodzakelijk. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Een verzoek om een voorlopige voorziening kan op grond van het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste worden ingediend hangende het bezwaar tegen een primair besluit of hangende het beroep (bij de rechtbank) tegen een beslissing op bezwaar. Van schorsing van het primaire besluit totdat uitspraak is gedaan door de rechtbank in de procedure
UTR 20/3498 kan daarom geen sprake zijn. Die procedure gaat over een ander geschil, namelijk over een verzoek op grond van de AVG. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is uitgesproken op 26 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: