Bestuursrecht overig
Vovo buiten zitting afgewezen. Plaatsing bord gehandicaptenparkeerplaats. Geen onomkeerbare gevolgen, geen…
Rechtbank Midden-Nederland, 29 november 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:6331 · Rechtbank Midden-Nederland · 29 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2023-6331
Zaakgegevens
Op 29 november 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 november 2023
- Datum publicatie
- 28 november 2023
- Zaaknummer
- UTR 23/5505
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:6331
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo buiten zitting afgewezen. Plaatsing bord gehandicaptenparkeerplaats. Geen onomkeerbare gevolgen, geen reden waarom eiseres de beslissing op bezwaar niet kan afwachten.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5505
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 november 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeente] .
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend op 14 november 2023 tegen het besluit van het college van 21 september 2023, gepubliceerd in het Gemeenteblad van 26 oktober 2023. Dit besluit gaat over het aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op nabij [adres] in [plaats] door plaatsing van een verkeersbord met onderbord met kenteken.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als er een spoedeisend belang is dat dit nodig maakt. In dit geval is zo’n spoedeisend belang naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aanwezig. Hierna legt de voorzieningenrechter uit waarom niet.
3. Verzoekster heeft uit een bericht in het gemeenteblad vernomen dat er door het college een gehandicaptenparkeerplaats is aangewezen ten behoeve van haar buurvrouw, wonende op [adres] . Deze parkeerplaats zal met een bord worden aangeduid en de parkeerplaats kan na plaatsing slechts nog worden gebruikt door de auto met het op het onderbord aangebrachte kenteken. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit en wil met het verzoek om een voorlopige voorziening de plaatsing van deze borden tegenhouden. Zij vindt dat het college ten onrechte heeft overwogen dat haar buurvrouw in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerplaats.
4. De voorzieningenrechter begrijpt uit de bezwaren dat verzoekster de juistheid van het besluit met klem bestrijdt. Hij ziet in deze bezwaren echter geen aanleiding om nu in te grijpen. Plaatsing van het verkeersbord met onderbord heeft geen onomkeerbare gevolgen. Mocht er in de bezwaarprocedure blijken dat de parkeerplaats ten onrechte is aangewezen als gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van (de auto van) de buurvrouw van verzoekster dan kunnen de borden ter hoogte van [adres] worden verwijderd. Verzoekster schrijft ook dat eerder een gehandicaptenparkeerplaats is weggehaald. Ook nu heeft het besluit geen gevolgen die onomkeerbaar zijn. Omdat het besluit ook niet evident onrechtmatig is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoekster zal de behandeling van haar bezwaar door het college moeten afwachten.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
29 november 2023.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: