Bestuursrecht overig
Verzoek om voorlopige voorziening. Geen griffierecht betaald. Niet-ontvankelijk
Rechtbank Midden-Nederland, 7 november 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:6143 · Rechtbank Midden-Nederland · 7 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2024-6143
Zaakgegevens
Op 7 november 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 november 2024
- Datum publicatie
- 7 november 2024
- Zaaknummer
- UTR 24/6299
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6143
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening. Geen griffierecht betaald. Niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6299
uitspraak van voorzieningenrechter van 7 november 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , wonende in [plaats] , verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, het college.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend op 8 oktober 2024 tegen het besluit van verweerder van 5 juni 2024 waarbij het besluit van 25 januari 2024 voor het reserveren van twee parkeerplekken ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen aan de [straat] in [plaats] in stand is gehouden.
Overwegingen
1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als verzoekster een geldige reden heeft voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht.
2. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 11 oktober 2024 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. De brief is op 15 oktober 2024 bij verzoekster bezorgd. Verzoekster heeft het griffierecht tot op vandaag niet betaald.
Verzoekster heeft geen geldige reden voor het niet (tijdig) betalen van het griffierecht gegeven.
3. Bij brief van 31 oktober 2024, door de rechtbank ontvangen op 4 november 2024, heeft verzoekster verzocht om uitstel te verlenen inzake de reactietermijnen betreffende zaaknummer UTR 24/6299, wegens (aanstaand) verblijf in het buitenland. De termijn voor het betalen van het griffierecht was op de datum van de brief al verstreken. Overigens is uit de brief geen beroep op betalingsonmacht op te maken. Er is dus geen geldige reden voor het verzuim gegeven. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op: