Bestuursrecht overig
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, griffierecht niet betaald.
Rechtbank Midden-Nederland, 27 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3928 · Rechtbank Midden-Nederland · 27 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2026-3928
Zaakgegevens
Op 27 mei 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 mei 2026
- Datum publicatie
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/2776
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3928
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, griffierecht niet betaald.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 26/2776
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum (het college), verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoeker op 9 april 2026 heeft ingediend tegen het besluit van het college van 17 maart 2026.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 200,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft verzoeker op 15 april 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is op 17 april 2026 bij verzoeker bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: