Socialezekerheidsrecht

WIA. Benoeming deskundige. Beroep gegrond. Opdracht aan verweerder om een nieuw besluit te nemen.

Rechtbank Midden-Nederland, 24 december 2020

Zaakgegevens

Op 24 december 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
24 december 2020
Datum publicatie
18 januari 2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1813
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2020:5802
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WIA. Benoeming deskundige. Beroep gegrond. Opdracht aan verweerder om een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/1813

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.J. Meijer),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: M. Tieman)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [ex-werkgever] B.V., de ex-werkgever (gemachtigde: G. Plugers ).

Inleiding

1. Eiseres was voor het laatst werkzaam als medewerker boerderij bij de ex-werkgever. Op
11 februari 2016 heeft zij zich ziekgemeld voor dit werk. Op 1 maart 2017 is het dienstverband met de ex-werkgever geëindigd. Eiseres is toen in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Ziektewet. Na het einde van de wachttijd, die eindigde op
8 februari 2018, heeft verweerder beoordeeld of eiseres per die datum in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Een arts van verweerder heeft eiseres onderzocht en arbeidsbeperkingen vastgesteld. De beperkingen zijn opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidskundige van verweerder heeft vervolgens onderzocht welke functies eiseres met die beperkingen zou kunnen verrichten, maar hij heeft geen voorbeeldfuncties kunnen vinden die voldoen aan de beperkte belastbaarheid. Eiseres is 100% arbeidsongeschikt geacht.

2. Om die reden heeft verweerder bij besluit van 17 april 2018 (het primaire besluit) aan eiseres een WIA-uitkering toegekend per 8 februari 2018. De ex-werkgever is hiertegen in bezwaar gegaan, omdat zij vindt dat eiseres volledig én duurzaam arbeidsongeschikt is en in aanmerking moet komen voor een IVA-uitkering.

3. In bezwaar hebben een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van verweerder heronderzoek gedaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in rapporten van 16 en 20 augustus 2018 en 23 november 2018 geconcludeerd dat de eerste arts de arbeidsbeperkingen van eiseres niet correct heeft vastgesteld, omdat eiseres minder beperkt is dan de eerste arts heeft aangenomen. Om die reden heeft hij een aantal beperkingen laten vallen, waaronder de beperking ten aanzien van werk met een hoog handelingstempo (item 1.9), de beperking voor auto rijden, fietsen en beroepsmatig chaufferen (item 2.10) en de urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week. Hij heeft op 20 augustus 2018 een nieuwe FML opgesteld.

4. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft aan de hand van deze FML drie voorbeeldfuncties kunnen duiden: die van Technisch werkvoorbereider, planner (SBC-code 521010), Controleur, tester, elektronische apparatuur (SBC-code: 267060) en Schadecorrespondent (SBC-code 516080). Hij heeft vervolgens het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres berekend op 19,04%. Dat staat in rapporten van 29 augustus 2018 en 11 december 2018.

5. Omdat dat minder is dan 35% heeft verweerder met het besluit van 11 december 2018 (het bestreden besluit) het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard en de

WIA-uitkering van eiseres ingetrokken. Als gevolg daarvan heeft eiseres tot 7 februari 2020, het einde van de zogenaamde loongerelateerde fase, recht op een WIA-uitkering.

6. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld door haar zoon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

8. Naar aanleiding van de beroepsgronden en wat op de zitting is besproken heeft de rechtbank aanleiding gezien om een deskundige te benoemen. Zij heeft om die reden het onderzoek ter zitting geschorst. Op verzoek van de rechtbank heeft E.P.D. Siem-You van

A-REA, als onafhankelijke deskundige verzekeringsarts, onderzoek verricht en op

29 mei 2020 haar deskundigenrapport uitgebracht. Verweerder heeft bij brief van

31 juli 2020 gereageerd met een aanvullend rapport van zijn verzekeringsarts bezwaar en beroep van 30 juli 2020. Eiseres heeft met een brief van 26 augustus 2020 aan de rechtbank medegedeeld dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. Verweerder heeft toestemming gegeven voor het achterwege laten van een nadere zitting. Eiseres heeft niet binnen de gestelde termijn aangegeven dat zij op een nadere zitting wil worden gehoord. De rechtbank heeft het onderzoek in de zaak op 22 december 2020 gesloten.

9. Eiseres heeft geen toestemming gegeven om medische gegevens te delen met de

ex-werkgever. De rechtbank vermijdt daarom het vermelden van medische gegevens.

Beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

10. In deze zaak gaat het om de vraag of eiseres per 8 februari 2018 (de zogenaamde datum in geding) recht heeft op een WIA-uitkering. Volgens eiseres heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte beperkingen laten vervallen en moeten de beperkingen uit de FML van de eerste arts weer worden aangenomen, waaronder de urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week.

11. De rechtbank heeft de deskundige gevraagd om te onderzoeken of de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen van eiseres op 8 februari 2018 juist heeft vastgesteld. Dat heeft de deskundige gedaan. Haar conclusies staan in het rapport van 29 mei 2020. De deskundige komt, kort gezegd, tot de conclusie dat eiseres op 8 februari 2018 meer beperkt was dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen. Eiseres is ook beperkt voor beroepsmatig rijden (item 2.10) en voor het dragen van een loodschort (item 3.5.1). Zij is het met de verzekeringsarts bezwaar en beroep eens dat een urenbeperking niet aan de orde is. Zij heeft de beperkingen neergelegd in een FML.

Wat beoordeelt de rechtbank?

12. Omdat een onafhankelijke verzekeringsarts op verzoek van de rechtbank een deskundigenrapport heeft uitgebracht, zal de rechtbank het rapport van de deskundige beoordelen aan de hand van wat partijen daarover naar voren hebben gebracht.

Wat vindt de rechtbank?

13. De rechtbank zal eerst beoordelen of er redenen zijn om de door de haar ingeschakelde deskundige niet te volgen. Dat toetst de rechtbank heel terughoudend. Het is namelijk vaste rechtspraak van de CRvB dat de rechtbank een door haar ingeschakelde deskundige in principe volgt als de motivering van deze deskundige de rechtbank overtuigend voorkomt. Die situatie doet zich hier voor.

14. Naar het oordeel van de rechtbank bezit de deskundige als BIG-geregistreerde arts de deskundigheid om op een onafhankelijke en onpartijdige manier de vragen van de rechtbank te beantwoorden. De deskundige heeft haar conclusies gebaseerd op eigen onderzoek van de dossierstukken, waaronder de medische informatie van de behandelaars van eiseres. Ook heeft zij eiseres lichamelijk onderzocht. De deskundige heeft verder inzichtelijk gemotiveerd welke beperkingen eisers op 8 februari 2018 heeft.

15. De rechtbank heeft dus geen reden om er aan te twijfelen dat de beperkingen zoals die zijn opgenomen in de FML van 30 juli 2020 passen bij eiseres haar belastbaarheid op
8 februari 2018. Maar, omdat op basis van het deskundigenoordeel meer beperkingen moeten worden aangenomen dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar rapporten van 16 en 20 augustus 2018 en 23 november 2018 met bijbehorende FML heeft aangenomen, is dat rapport niet juist. Omdat die stukken ten grondslag liggen aan het bestreden besluit, is het bestreden besluit op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Dit is een gebrek in het bestreden besluit. Dit gebrek heeft verweerder in beroep hersteld, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML heeft aangepast in overeenstemming met de conclusies van de deskundige.

16. Het bestreden besluit berust ook niet op een deugdelijke arbeidskundige grondslag. De rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit (de rapporten van 29 augustus 2018 en 11 december 2018) kunnen niet als onderbouwing dienen voor de conclusie dat de geduide functies, gelet op eiseres haar beperkingen, passend zijn. Die conclusie is immers gebaseerd op de in beroep aangepaste FML van 20 augustus 2018. Het bestreden besluit is op dit punt dus niet goed gemotiveerd. Ook dit is een gebrek in het bestreden besluit. Dit gebrek heeft verweerder in beroep niet hersteld. Verweerder heeft in de brief van 31 juli 2020 volstaan met de mededeling dat de geduide functies passend zijn en heeft dit verder op geen enkele wijze gemotiveerd, bijvoorbeeld aan de hand van een aanvullend rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Dat had wel op zijn weg gelegen.

Hoe verder?

17. Voor een rechtmatig besluit is een aanvullende motivering van verweerder nodig. De rechtbank doet echter geen tussenuitspraak waarin verweerder in de gelegenheid wordt gesteld het gebrek te herstellen en een aanvullende motivering in te dienen (de zogenaamde bestuurlijke lus). De rechtbank vindt dat niet opportuun, omdat verweerder de vereiste aanvullende motivering ook kan geven in een nieuw besluit. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder moet binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit nemen op eiseres haar bezwaar. In dat nieuwe besluit op bezwaar moet verweerder op inzichtelijke wijze motiveren waarom eiseres, met de beperkingen zoals neergelegd in de FML van 30 juli 2020, de door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geduide functies kan uitoefenen.

18. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, draagt zij verweerder op om het door eiseres betaalde griffierecht van € 47,-- aan eiseres te vergoeden.

19. Ook veroordeelt zij verweerder in de proceskosten die eiseres in beroep heeft gemaakt. De rechtbank stelt de kosten voor door een derde verleende rechtsbijstand op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroep en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 24 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

de rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.