Civiel recht overig
Mondeling vonnis. Vordering terugbetaling geldlening toegewezen. Er is sprake van een geldlening en niet van…
Rechtbank Midden-Nederland, 20 november 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:7455 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbmne-2023-7455
Zaakgegevens
Op 20 november 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 november 2023
- Datum publicatie
- 31 januari 2024
- Zaaknummer
- 10605500 \ UC EXPL 23-4760
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7455
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondeling vonnis. Vordering terugbetaling geldlening toegewezen. Er is sprake van een geldlening en niet van een gift.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10605500 UC EXPL 23-4760 RJ/58605
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 november 2023
inzake
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M.F. Meijer,
tegen:
1 [gedaagde sub 1] ,
2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
gemachtigde: mr. J.C. Jansen Schoonhoven.
Partijen zullen hierna [eiser] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.
1 De procedure
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding van 27 juni 2023 met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 9;
- de e-mail met aanvullende stukken van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] van 9 november 2023.
Op 20 november 2023 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was [eiser] aanwezig met zijn gemachtigde, mr. Meijer. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] waren ook aanwezig met hun gemachtigde, mr. Jansen Schoonhoven.
Na sluiting van de inhoudelijke behandeling heeft de kantonrechter op de zitting, mondeling uitspraak gedaan.
2 Waar gaat deze zaak over?
[eiser] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] waren sinds begin 2000 goed bevriend. [eiser] stelt dat hij in 2018 een bedrag van € 20.000,00 aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] heeft geleend, omdat zij toen een financiële uitdaging hadden. Een deel hiervan is terugbetaald, maar er staat nog een bedrag van € 12.850,00 open. Dat geld wil [eiser] nu terug vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn het niet eens met de vordering van [eiser] . Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] was het bedrag van € 20,000,00 een gift, omdat zij ook veel voor [eiser] hebben gedaan toen hij in lastige tijden zat. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben een overzicht overgelegd met kosten die zij in dat kader hebben gemaakt.
3 Wat oordeelt de kantonrechter?
De vordering van [eiser] tot veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van
€ 12.850,00 zal worden toegewezen. Ook de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten zullen worden toegewezen.
De kantonrechter stelt vast dat er sprake is geweest van een lening tussen [eiser] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Dit heeft [eiser] gesteld en voldoende onderbouwd. In de omschrijving bij het overgemaakte bedrag staat namelijk ‘lening’ en door [eiser] en [gedaagde sub 1] is meermaals, via whatsappberichten, gesproken over aflossen. Bovendien is er daadwerkelijk een bedrag van
€ 7.150,00 afgelost. In deze procedure is door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] pas voor het eerst aangevoerd dat er sprake zou zijn geweest van een gift. De kantonrechter vindt dit niet aannemelijk. Dit is namelijk niet terug te zien in de whatsappberichten die zijn overgelegd. Daarin wordt juist gesproken over aflossen en betalingstermijnen. Verder hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hun standpunt niet (met stukken) onderbouwd.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] met hun overzicht van kosten een beroep op verrekening bedoeld hebben. Dit beroep slaagt niet, omdat [eiser] de berekening heeft betwist en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hun beroep op verrekening onvoldoende hebben onderbouwd. De gegrondheid van het verweer is niet op eenvoudige wijze vast te stellen en gelet op artikel 6:136 van het Burgerlijk Wetboek gaat de kantonrechter hier dus aan voorbij.
Buitengerechtelijke incassokosten
De kantonrechter zal de buitengerechtelijke incassokosten van € 903,50 toewijzen omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan.
Proceskosten
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn de partijen die ongelijk krijgen en zij zullen daarom hoofdelijk in de kosten worden veroordeeld. Dit betekent dat zij hun eigen kosten moeten dragen en de proceskosten van [eiser] aan hem moeten betalen. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
130,57 |
|
|
- griffierecht |
€ |
693,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
792,00 |
(2,00 punten × € 396,00) |
|
Totaal |
€ |
1.615,57 |
De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.
Hoofdelijkheid
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 12.850,00,
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 903,50,
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 1.615,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op
20 november 2023.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de kantonrechter en de griffier is getekend.
De griffier, De kantonrechter,
mr. M.R. Jassies mr. V.E.J.A. Boots