Civiel recht overig

Rechtbank Midden-Nederland · Verstek · Civiel recht overig

Rechtbank Midden-Nederland, 10 maart 2021

Zaakgegevens

Op 10 maart 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 maart 2021
Datum publicatie
29 juli 2024
Zaaknummer
8873862 \ UC EXPL 20-9454
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:6965
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstekvonnis.

Uitspraak

Minuut

vonnis

[afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8873862 \ UC EXPL 20-9454

Verstekvonnis d.d. 10 maart 2021

inzake

[eisende partij] , h.o.d.n. [bedrijf] wonende te [woonplaats ]

gemachtigde J.J. Sikkema, eisende partij,

tegen

[gedaagde] ,

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland gedaagde partij,

niet verschenen.

De overwegingen van de kantonrechter

De eisende partij heeft een vordering ingesteld. De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.

Voor zover dat aan de orde is constateert de kantonrechter dat de toepasselijke consumentenbeschermende voorschriften zijn nageleefd.

De vordering zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen.

De gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De gevorderde btw-verhoging over de kosten van advertentie in de Staatscourant, wordt afgewezen. Niet gesteld of gebleken is dat de eisende partij de btw niet kan verrekenen. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden daarom begroot op:

- dagvaarding

€

96,85

- griffierecht

€

240,00

- salaris gemachtigde

€

218 00

(1 punt(en) x tarief € 218,00)

Totaal

€

554,85.

Het gevorderde nasalaris wordt toegewezen als na te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen

€ 2.661,67, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.301,01 vanaf 7 oktober 2020 tot de voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 554,85 waarin begrepen € 218,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt de gedaagde partij, indien niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig volledig aan dit vonnis wordt voldaan, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op een half punt van het toepasselijke liquidatietarief, met een maximum van € 124,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier

in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2021.