Civiel recht overig
Eindvonnis, verstek, huurrecht, kosten aanslag gemeentelijke belastingen en waterschap.
Rechtbank Midden-Nederland, 13 augustus 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:5156 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/verstek/ecli-nl-rbmne-2025-5156
Zaakgegevens
Op 13 augustus 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 13 augustus 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- Zaaknummer
- 11793477 MC EXPL 25-4019
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:5156
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eindvonnis, verstek, huurrecht, kosten aanslag gemeentelijke belastingen en waterschap.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11793477 MC EXPL 25-4019
Verstekvonnis d.d. 13 augustus 2025
inzake
[eisende partij]
wonende te [woonplaats]
gemachtigde KLANT incasso & debiteurenbeheer
eisende partij,
tegen
[gedaagde partij]
wonende [adres]
[woonplaats]
gedaagde partij,
niet verschenen.
De overwegingen van de kantonrechter
De eisende partij heeft een vordering ingesteld.
De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend
De vordering zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen.
De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 82,00 (1 punt(en) x tarief € 82,00)
- nakosten € 41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 358,45.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 419,26, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de voldoening;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 358,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.
Grosse afgegeven aan de gemachtigde van de eisende partij d.d.
13 augustus 2025