Civiel recht overig

Wrakingszaak. Motivering van het wrakingsverzoek dat de gewraakte rechter geen rechter is, is feitelijk…

Rechtbank Midden-Nederland, 6 maart 2023

Zaakgegevens

Op 6 maart 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
6 maart 2023
Datum publicatie
8 maart 2023
Zaaknummer
553270 HA RK 23-43
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:1016
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingszaak. Motivering van het wrakingsverzoek dat de gewraakte rechter geen rechter is, is feitelijk onjuist. De grond treft dan ook geen doel. Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer/rekestnummer: 553270 HA RK 23-43

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 6 maart 2023

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

(verder te noemen verzoeker).

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft tijdens de rolzitting in de hoofdzaak met zaaknummer 10248774 MC EXLP 22-7195 op 1 maart 2023 het verzoek tot wraking van mr. R.P.P. Hoekstra (hierna: Hoekstra) ingediend. Hoekstra heeft de wrakingskamer laten weten niet te berusten in de wraking.

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

2.2.

Verzoeker heeft aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat Hoekstra geen rechter meer is en dat Hoekstra zich ook niet op een voor verzoeker bevredigende manier als rechter kan identificeren.

2.3.

De wrakingskamer oordeelt dat de motivering die verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd feitelijk onjuist is. Hoekstra is namelijk aangesteld als rechter bij rechtbank Midden-Nederland. De grond voor wraking treft dan ook geen doel.

2.4.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond verklaren.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team civielrecht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;

3.3.

bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10248774 MC EXLP 227195 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;

Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. A.C. van den Boogaard en mr. H.B.W. Beekman als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. K.S. Smits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2023.

de griffier de voorzitter

De voorzitter is verhinderd

deze beslissing te ondertekenen.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.