Civiel recht overig

Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek, omdat hij het wrakingsverzoek heeft…

Rechtbank Midden-Nederland, 14 september 2023

Zaakgegevens

Op 14 september 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
14 september 2023
Datum publicatie
15 september 2023
Zaaknummer
562378 / HA RK 23-173
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:4718
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek, omdat hij het wrakingsverzoek heeft ingediend nadat er einduitspraak is gedaan

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 562378 / HA RK 23-173

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 14 september 2023

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

(verder te noemen verzoeker),

1 De procedure

1.1.

De griffie van deze rechtbank heeft op 6 september 2023 een wrakingsverzoek ontvangen van de heer [verzoeker] . Het verzoekt strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer C/16/553099 / HL RK 23-11 (hierna: de hoofdzaak). Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. C.P. Lunter (hierna: de rechter).

1.2.

De hoofdzaak is op 28 juni 2023 door de rechter op zitting behandeld en er is op 26 juli 2023 einduitspraak gedaan.

1.3.

De rechter heeft niet berust in de wraking.

1.4.

Gelet op het hierna volgende heeft geen mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden.

2 De beoordeling

Einduitspraak in de hoofdzaak

2.1.

Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden

gedaan, maar moet worden ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen

van een einduitspraak is geëindigd (vgl. Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR: 1 998:AD2977).

2.2.

De rechter heeft in dit geval op 26 juli 2023 einduitspraak gedaan in de hoofdzaak door middel van een beschikking. Die beschikking is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak is geëindigd. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter de beschikking had gegeven en deze in het openbaar was uitgesproken. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het wrakingsverzoek werd gedaan. Dat verzoeker vindt dat er is nagelaten om op een specifiek onderdeel te beslissen in de einduitspraak maakt dit niet anders. De wrakingskamer zal verzoeker dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is gegeven door mr. mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. A.F. Hermans en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2023.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.