Civiel recht overig
Wrakingsverzoek ongegrond. De (motivering van) van de procesbeslissing om het uitstelverzoek van verzoeker af…
Rechtbank Midden-Nederland, 24 september 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:5574 · Rechtbank Midden-Nederland · 24 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbmne-2024-5574
Zaakgegevens
Op 24 september 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 september 2024
- Datum publicatie
- 25 september 2024
- Zaaknummer
- 580298 / HA RK 24-157
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:5574
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek ongegrond. De (motivering van) van de procesbeslissing om het uitstelverzoek van verzoeker af te wijzen kan in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet worden begrepen als blijk van vooringenomenheid van de rechter. De zaak is nadat verzoeker haar wrakingsverzoek op de zitting had ingediend door de rechter niet verder inhoudelijk behandeld.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 580298 / HA RK 24-157
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
24 september 2024
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] , Litouwen,
(hierna: verzoekster).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
? het proces-verbaal van de zitting van 26 augustus 2024, met daarin opgenomen
het wrakingsverzoek tegen mr. K.G.F. van der Kraats (hierna: de rechter);
? de schriftelijke reactie van de rechter van 30 augustus 2024 op het wrakingsverzoek;
? de schriftelijke verklaring van verzoekster van 8 september 2024, ingediend omdat zij niet in staat was om een tolk te vinden die haar zou kunnen ondersteunen tijdens de zitting.
Het wrakingsverzoek is op 10 september 2024 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (hierna: de wrakingskamer).
Verzoekster, de rechter en belanghebbende zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek tot wraking is gericht tegen de rechter in de zaak met het zaaknummer C/16/578312/KG ZA 24-373.
Verzoekster heeft het volgende ten grondslag gelegd aan het wrakingsverzoek. Er is sprake van partijdigheid van de rechter. Door haar verzoek om uitstel op de zitting af te wijzen heeft de rechter verzoekster niet in staat gesteld zich goed op de zitting voor te bereiden.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Zij heeft dit in haar schriftelijke reactie verder niet gemotiveerd.
3 De beoordeling
Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen.
De wrakingskamer is net als verzoekster van oordeel dat de afwijzing van het door haar gedane uitstelverzoek een procesbeslissing is. Zoals verzoekster in haar schriftelijke verklaring van 8 september 2024 zelf ook heeft aangegeven, is een als negatief ervaren procesbeslissing geen grond voor toewijzing van een verzoek tot wraking van de rechter die de betreffende beslissing heeft genomen. Alleen als (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dit tot een ander oordeel leiden. Naar het oordeel van de wrakingskamer is dat hier niet het geval. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de rechter verzoekster op de zitting de gelegenheid heeft gegeven om haar uitstelverzoek toe te lichten. De rechter heeft ook doorgevraagd op de toelichting die verzoekster gaf. Na deze toelichting heeft de rechter aangegeven dat ze in de uitspraak zal beslissen op de door verzoekster gegeven argumenten, zoals de vraag of de dagvaarding juist is betekend. Die mogelijkheid heeft de rechter door het wrakingsverzoek niet meer gehad. Dat de rechter op de zitting ook de inhoud van de zaak met partijen had willen bespreken alvorens te beslissen op het verzoek om uitstel en over de vraag of de betekening juist is geweest, geeft naar het oordeel van de wrakingskamer geen blijk van vooringenomenheid.
In haar schriftelijke verklaring van 8 september 2024 wijst verzoekster de wrakingskamer er op dat de procedure niet onmiddellijk is stopgezet nadat zij haar wrakingsverzoek had ingediend en de gronden van haar verzoek aan de rechter had meegedeeld. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de eisende partij in de inhoudelijke zaak nog wel heeft gesproken nadat verzoekster haar wrakingsverzoek had ingediend. Maar de rechter heeft hierop niet gereageerd. Naar het oordeel van de wrakingskamer heeft de rechter de zaak dus niet verder inhoudelijk behandeld, maar heeft zij de inhoudelijke behandeling geschorst.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond verklaren.
4 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
bepaalt dat de procedure met zaaknummer C/16/578312/KG ZA 24-373 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.M. Schothorst, voorzitter, mr. M.M. Janssen en
mr. Y.N.M. Rijlaarsdam als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door
mr. I.C. de Zeeuw-‘t Lam, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.