Civiel recht overig

Wrakingszaak. Buiten zitting beslissing. Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend…

Rechtbank Midden-Nederland, 31 januari 2025

Zaakgegevens

Op 31 januari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
31 januari 2025
Datum publicatie
21 augustus 2025
Zaaknummer
587733 HA RK 25-7
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:4581
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingszaak. Buiten zitting beslissing. Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Verzoeker heeft het wrakingsverzoek niet tijdig ingediend omdat hij na ruim een half jaar na de einduitspraak het wrakingsverzoek heeft gedaan.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 587733 HA RK 25-7

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 31 januari 2025


op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna: verzoeker.

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft op 27 januari 2025 per e-mail mr. D.A. van Steenbeek gewraakt. Mr. D.A. van Steenbeek (hierna: de rechter) was de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 10872251 UC EXPL 24-194 (hierna: de hoofdzaak).

1.2.

De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2 De beoordeling

2.1.

In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2.

De hoofdzaak is na eerdere schriftelijke rondes op 19 juni 2024 op zitting behandeld. Het eindvonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2024.
De verzoeker heeft het wrakingsverzoek ingediend vanwege het meerdere keren verlenen van uitstel aan de wederpartij en brieven die daarna door verzoeker zijn gestuurd maar niet zijn behandeld, de ongelijke behandeling op de zitting en de vervroegde uitspraak zonder dat de rechter de volledige informatie had. Hieruit zou de partijdigheid van de rechter blijken.

2.3.

Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daardoor eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.

2.4.

De wrakingskamer komt tot het oordeel dat het wrakingsverzoek ruim een half jaar na de einduitspraak van 4 juli 2024 is ingediend.

2.5.

De wrakingskamer is daarom van oordeel dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend en daarom tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. A.C. van den Boogaard als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.