Personen- en familierecht
kort geding Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 24 oktober 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:6721 · Rechtbank Midden-Nederland · 24 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2019-6721
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2019 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2019
- Datum publicatie
- 6 januari 2021
- Zaaknummer
- C/16/482420 / KG ZA 19-386
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2019:6721
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kort geding
Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/482420 / KG ZA 19-386
Vonnis in kort geding van 23 oktober 2019
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. C.J.P. Liefting te Mijdrecht,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M.L. Hamburger te Amstelveen.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van [eiser] van 9 juli 2019;
-
de stukken van [gedaagde] , binnengekomen bij de griffie van deze rechtbank op 27 augustus 2019;
-
de stukken van [eiser] , binnengekomen bij de griffie van deze rechtbank op 28 augustus 2019.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2019.
Op verzoek van partijen is de zaak meermalen aangehouden, omdat zij in overleg met elkaar waren. Op 16 oktober 2019 hebben partijen de rechtbank een door hen gesloten convenant toegezonden.
2 De feiten
Partijen hebben een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de volgende kinderen geboren:
-
[minderjarige 1] op [geboortedatum 1] 2002 te [geboorteplaats 1] ;
-
[minderjarige 2] op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2] .
3 De beoordeling
Partijen hebben overeenstemming bereikt. De afspraken die zij hebben gemaakt, hebben zij vastgelegd in een door hen op 9 oktober en 14 oktober 2019 gesloten convenant. Overeenkomstig het verzoek van partijen hecht de voorzieningenrechter dit convenant aan dit vonnis en zal zij bepalen dat de afspraken onderdeel uitmaken van dit vonnis. De voorzieningenrechter zal daarnaast bepalen dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
bepaalt dat de afspraken in het aan dit vonnis gehechte convenant onderdeel uitmaken van dit vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wakker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2019.