Materieel strafrecht
tbs met dwangverpleging, resocialisatie, ongewenst verklaring, repatriëring
Rechtbank Midden-Nederland, 27 februari 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:1287 · Rechtbank Midden-Nederland · 27 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbmne-2023-1287
Zaakgegevens
Op 27 februari 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 februari 2023
- Datum publicatie
- 22 maart 2023
- Zaaknummer
- 1666126113
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1287
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tbs met dwangverpleging, resocialisatie, ongewenst verklaring, repatriëring
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-661261-13 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van de meervoudige kamer voor strafzaken van 27 februari 2023
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Bulgarije),
thans verblijvende in [verblijfplaats] te [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1 De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
-
het vonnis van deze rechtbank van 21 februari 2014 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag;
-
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 8 maart 2014;
-
het arrest van 14 juli 2022 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met een jaar;
-
de vordering van de officier van justitie van 13 januari 2023, die strekt tot verlenging van de tbs met twee jaar;
-
het verlengingsadvies van [verblijfplaats] (hierna: de inrichting) van 6 januari 2023, opgemaakt door dr. [medewerker GGZ 1] (psychiater) en drs. [medewerker GGZ 3] (directeur behandeling), inhoudend het advies om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
-
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene over de periode 3 februari 2022 tot en met 30 augustus 2022.
2 Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 13 februari 2023 ter openbare terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. A.A. Nieli;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.W. Stoet, advocaat te Den Haag;
- [medewerker GGZ 2] , GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar;
- H. Saïdi, medewerker Internationale Overdracht Strafvonnissen (hierna: IOS);
- P. de Jong, adviseur repatriëring;
- J.K. Meijer, ambtenaar van de Immigratie- en nationalisatiedienst (hierna: IND).
3 Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De onder 2 genoemde GZ-psycholoog, tevens hoofdbehandelaar, heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
Het advies is de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd. Zij heeft daaraan -kort gezegd- toegevoegd dat de behandeling van betrokkene nog geen verlof toelaat en het behandelplafond nog niet is bereikt. Eventuele repatriërings(on)mogelijkheden voor betrokkene hebben, gelet hierop, geen invloed op de vordering.
5 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft in de eerste plaats verzocht de beslissing op de vordering aan te houden voor de duur van drie maanden om de beslissing van de IND op de aanvraag omtrent een verblijfsrecht in Nederland af te wachten en ook het overige verloop van het tbs-traject actief te monitoren.
Voor het geval de rechtbank de behandeling niet zal aanhouden heeft de raadsman gepleit voor verlenging van de maatregel met een jaar. Aangevoerd is dat betrokkene erg zijn best doet, overwegend stabiel functioneert, zijn medicatie trouw inneemt en geen agressief gedrag vertoont. De toekomst van betrokkene is onzeker en hij heeft perspectief nodig.
IOS heeft ter zitting aangegeven dat Bulgarije opnieuw zal worden verzocht om mee te werken aan repatriëring van betrokkene, maar dat lijkt gelet op eerder afwijzende beslissingen, geen reële optie. Betrokkene kan evenmin zelfstandig terugkeren naar Bulgarije omdat het recidiverisico hoog is. Het is de vraag hoeveel ruimte er nog is voor behandeling en het feit dat betrokkene tot ongewenst vreemdeling is verklaard staat op dit moment nog in de weg aan resocialisatie in Nederland. De raadsman heeft aangegeven dat hij met het oog daarop onlangs een verblijfstitel voor betrokkene bij de IND heeft aangevraagd, maar daar is nog niet op beslist. Volgens recente rechtspraak leidt het ontbreken van de mogelijkheid tot resocialisatie van ongewenst verklaarde tbs-ers tot een schending van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). De onduidelijkheid over de mogelijkheden van betrokkene in zijn behandeling en resocialisatie al dan niet door repatriëring is voor gerechtshof ArnhemLeeuwarden aanleiding geweest om de tbs met een jaar te verlengen.
6 Het oordeel van de rechtbank
Aanhoudingsverzoek
De rechtbank ziet in wat de raadsman heeft aangevoerd geen aanleiding (het onderzoek ter terechtzitting te heropenen en) de beslissing op de vordering van de officier van justitie aan te houden. Zoals de rechtbank hierna zal overwegen bevindt het behandeltraject van betrokkene zich niet in een zodanig vergevorderd stadium dat beslissingen over zijn verblijfsrecht in Nederland van invloed zijn op de verlengingsbeslissing.
De rechtbank komt dus toe aan beoordeling van de vordering en beslist als volgt.
Maximering – kan de tbs worden verlengd?
Betrokkene is bij vonnis van 21 februari 2014 veroordeeld voor een poging tot doodslag.
De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de opgelegde tbs niet is gemaximeerd.
Dat betekent dat de tbs kan worden verlengd als daar op grond van artikel 38d en 38e Sv gronden voor zijn.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten:
- schizofrenie, paranoïde type;
- stoornis in alcoholgebruik: ernstig, in remissie in gereguleerde omgeving;
- stoornis in cannabisgebruik: matig, ernstig;
- stoornis in het gebruik van cocaïne: licht, in remissie in gereguleerde omgeving.
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van het verlengingsadvies te twijfelen en neemt dit over.
Verlenging
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het advies van de inrichting, de toelichting van de deskundige [medewerker GGZ 2] en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs eist.
De rechtbank is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Duur van de verlenging
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs met twee jaar wordt verlengd als aannemelijk is dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een jaar. Van dit uitgangspunt wordt alleen afgeweken bij bijzondere omstandigheden.
Uit het verlengingsadvies blijkt dat betrokkene overwegend stabiel functioneert en dat er in het afgelopen jaar positieve ontwikkelingen zijn gezien. Betrokkene komt de
afspraken na, stelt zich begeleidbaar op, is correct naar zijn omgeving, laat geen
agressie zien en volgt zijn dagprogramma. Hierbij is betrokkene in grote mate
afhankelijk van de extern geboden structuur en begeleiding. Er is bij betrokkene nog altijd sprake van achterdocht, paranoïde wanen en hallucinaties die tot angsten en grote lijdensdruk bij betrokkene leiden. Betrokkene was vanuit zijn ziektebeeld gedurende lange tijd zeer standvastig in zijn weigering tot medicatieverhoging. Na forse investering door het behandelteam is de medicatie in november 2022 verhoogd en dat heeft geleid tot verbeterd functioneren. Betrokkene staat nog aan het begin van zijn behandeling, maar de behandeling krijgt steeds meer vorm. Er is een vertrouwensband ontstaan met de therapeut en betrokkene geeft meer zicht op zijn belevingswereld. Hieruit blijkt dat het ziektebesef en -inzicht afwezig is bij betrokkene.
Ter zitting heeft [medewerker GGZ 2] verklaard dat de belevingswereld van betrokkene (nog) psychotisch is en de wanen nog volop aanwezig zijn. Onlangs is gestart met psychoeducatie. Begeleid verlof is vanwege de veiligheidsrisico’s op dit moment nog niet verantwoord.
De rechtbank ziet in het voorgaande geen aanleiding om van voornoemd uitgangspunt af te wijken. Betrokkene bevindt zich aan het begin van zijn behandeltraject, er worden voorzichtig stappen gezet. Betrokkenes ziekteverschijnselen staan echter nog zodanig op de voorgrond dat sprake is van een hoog recidiverisico en verlof in het geheel nog niet aan de orde is. Verwacht wordt dat de behandeling van betrokkene geruime tijd - in ieder geval langer dan een jaar - zal duren.
De verdediging heeft bij het verzoek om verlenging met één jaar de nadruk gelegd op perspectief voor betrokkene, daarbij wijzend op het gebrek aan resocialisatiemogelijkheden in Nederland, de onmogelijkheid om terug te keren naar Bulgarije en de daarmee gepaard gaande schending van EVRM-bepalingen.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment geen sprake is van een impasse en uitzichtloosheid. Betrokkene zit niet aan zijn behandelplafond en is nog niet toe aan resocialisatie, ook niet binnen afzienbare tijd. Dat betrokkene vooralsnog niet kan worden gerepatrieerd naar Bulgarije vormt geen belemmering voor zijn huidige behandeltraject. Van schending van enige EVRM-bepaling is dan ook geen sprake.
De rechtbank ziet momenteel evenmin aanleiding om het verloop van het WOTS-traject en de procedure omtrent het verkrijgen van een verblijfsrecht te monitoren en de duur van de verlenging om die reden tot een jaar te beperken. Gelet op de prille behandelfase waarin betrokkene zich bevindt en de vele stappen die nog gezet moeten worden in de behandeling, heeft het verloop van die procedures op dit moment geen invloed op de duur en voortgang van de behandeling van betrokkene.
De rechtbank zal de maatregel verlengen met twee jaar.
7 De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot aanhouding;
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. L.M.M. Heppe en J.H.C. van Ginhoven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2023.
mr. C.A.M. van Straalen en mr. J.H.C. van Ginhoven zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.