Strafrecht overig

De politierechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft een taakstraf opgelegd aan een man die werd…

Rechtbank Midden-Nederland, 5 september 2023

Zaakgegevens

Op 5 september 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 september 2023
Datum publicatie
8 september 2023
Zaaknummer
16-102448-23
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:4629
E-mail

Samenvatting

De politierechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft een taakstraf opgelegd aan een man die werd verdacht van smaad en belediging.

De man heeft gedurende zo’n 1,5 jaar tweets over slachtoffer gepost op Twitter(X), waarin hij hem betichtte van – kort gezegd – seksuele interesse voor minderjarigen. Zo noemde hij slachtoffer verschillende keren een (smerige) groomer. Slachtoffer heeft daar aangifte bij de politie van gedaan. De man was niet aanwezig bij de zitting en is bij verstek veroordeeld. Naar het oordeel van de politierechter heeft de man zich schuldig gemaakt aan smaadschrift. De man is veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, waarvan de helft voorwaardelijk. Eén van de voorwaarden die is opgelegd houdt in dat de man op geen enkele manier nog contact mag zoeken met slachtoffer. Daarnaast moet de man een schadevergoeding aan slachtoffer betalen.

Uitspraak

aantekening mondeling vonnis

[afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK Midden-Nederland

Locatie Utrecht

Parketnummer: 16-102448-23

Volgnummer: 9

Uitspraak van de politierechter, mr. J.P. Verboom, van dinsdag 05 september 2023, in de zaak tegen verdachte

[verdachte] ,

geboren op [1978] te [geboorteplaats]

adres [adres] , [woonplaats]

Verstek

KWALIFICATIE:

T.a.v. feit 1 primair: Smaadschrift, meermalen gepleegd.

GEPLEEGD:

T.a.v. feit 1 primair: 14 april 2021 tot en met 1 november 2022

TOEGEPASTE ARTIKELEN:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 261 Wetboek van Strafrecht

BESLISSING:

T.a.v feit 1 primair

Een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Als algemene voorwaarden gelden daarbij dat:

  • de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

  • de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1

van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- de veroordeelde medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.

En stelt als bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben -in welke vorm dan ook, met inbegrip van social media, ook niet via derden- met [benadeelde] , geboren op [1975] .

Geeft aan de politie (eenheid Midden-Nederland) de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

T.a.v. feit 1 primair

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde] , van een bedrag van 1.500 euro, bestaande uit 750 euro materiële schade en 750 euro immateriële schade, ter vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde] , van een bedrag van 1.500,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit 750,00 euro materiële schade en 750,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed.

1) 05 sep 2023 N

Vrijheidsstraf gaat in op

met aftrek sedert

en eindigt

De (rest.) verv. vrijheidsstraf

bedraagt dagen hecht/arr.

Gezien voor uitvoering, de officier van justitie,

Verificatiecode: [verificatiecode]

[…]